Jan Hospes

Johan Abma - 'As in Hinde'

johan_abma_400_01Het is PC-dag 1992 en ik sta achter de PC tribune op de Sjaardemastrjitte. Ik kijk omhoog naar deze zelfde tribune. Waarom? Dat zal ik u uitleggen. Ik heb een aantal dagen geleden via de radio gehoord dat het traditie is dat de vinder van de ballen die over de tribune heen worden geslagen de ballen ook mag houden. En om een PC-bal in bezit te hebben, een bal die wellicht door Sake Porte of Rinse Bleeker boven is geveegd,  is voor mij op twaalfjarige leeftijd toch wel het summum der geluk. Ik heb mezelf ten doel gesteld om zoveel mogelijk ballen te scoren. Of, nou ja, ik ga proberen het aantal kaatsballen dat ik bezit te verdubbelen; ik heb er nu twee. Met vier zou ik tevreden zijn. Ja, dat zou te gek zijn want met vier kaatsballen kan ik mooi de hele zomer door kaatsen, samen met mijn sparringpartners Koos v/d Leeuw en Gerrit Flisijn. Met minder ballen is het toch altijd angstig uitslaan - omdat je bang bent ballen kwijt te raken - en dat wil ik niet. Kaatsen moet  gelijk staan aan vrijheid. Omwille van de vrijheid een ballenbuffer dus.
Ik sta met bewuste reden op dit tijdstip, rond 13.00, hier. Het tweede gedeelte van de eerste omloop  (parturen 9 t/m 16) is verreweg het meest geschikt om mijn slag te slaan. De loting heeft namelijk bepaald dat hier een aantal confrontaties plaatsvindt tussen 1e-  en 2e klasse parturen. De kans dat er ballen, middels een bovenslag, over de tribune heen worden geslagen is mijns inziens deze periode het grootst; de 2e klasse opslagers slaan de ballen voor 1e klasse begrippen te gemakkelijk op en dus zullen er logischerwijs meer bovenslagen volgen. ‘Een logiske teory,  wer't wol wat yn sit, jonge,' aldus ‘myn heit'. Succes verzekerd dus. En daarom sta ik nu hier in startpositie; knieën licht gebogen, op m'n voorvoetjes en m'n blik geconcentreerd omhoog. Of ik een geheim wapen heb? Ja, die heb ik ook nog: ik sta met mijn oren gespitst want het publiek kondigt namelijk altijd met luid gejuich een eventuele bovenslag aan. En zo hoop ik, door net iets eerder alert te zijn, mijn eerste meters op de andere, vaak oudere, jongens te pakken te hebben. Wie niet sterk is, moet slim zijn.                                                                                 
Naast me staat een twee jaar oudere jongen. Hij kijkt net zo geconcentreerd omhoog als ik. Zijn naam? Johan Abma. Of eigenlijk moet ik zeggen: Johan Abma! Ik kijk bij hem op. Niet alleen vanwege het simpele feit dat hij ouder en dus groter is dan ik, maar ook omdat hij een succesvol jeugdkaatser is. Hij telt mee; hij pakt wekelijks prijzen en bivakkeert altijd in de bovenste regionen van de jaarklassementen van de jeugdcategorieën. Kortom:  een eersteklasser in spe. Ik ken hem. Hij is lid bij dezelfde kaatsvereniging als ik: KFDLG (Keatsferiening De lege geaen). De mensen uit mijn omgeving praten altijd over hem wanneer het onderwerp kaatsen betreft: ‘Hy komt d'r wol'. Graag wil ik dat ze ook zo over mij gaan praten, maar ik besef terdege dat mijn niveau daarvoor eerst nog wat omhoog gekrikt dient te worden. Meer trainen dus. En zo kom ik weer bij de ballen terecht. Ik kijk met een schuin oog (en met een licht gevoel van afgunst en jaloezie  in mijn lijf) naar de uitpuilende zakken van Johan z'n trainingsjack. Ik zie dat ze vol zitten met kaatsballen. ‘Ik ha d'r njoggen, Jan'. Triomfantelijk spreekt hij de woorden tot me. Johan heeft waarschijnlijk mijn hunkerende blik naar zijn zakken gezien, vandaar deze reactie. Ik zie de twinkeling in z'n ogen en aanschouw z'n glimlach. Ik lach terug, voel een band en reageer met de trotse woorden: ‘ik ha d'r ien!'  Het lawaai, afkomstig van het publiek, zwelt aan en dus gaan onze blikken snel - als arenden gefocust op hun prooi - omhoog. Tien meter rechts van ons vliegt het balletje waar het de komende vijftien seconden om draait de Sjaardemastrjitte op. We rennen er, samen met zes andere jongens, als dolle stieren op af. Het feit dat ik de jongens kan tellen geeft al aan dat ik niet bij machte ben om ze achter me te laten. Verslagen dus. Ik ben te traag. Veel te traag, zelfs. Vrijheid laat nog even op zich wachten. Een calimero-complex  koppelt zich aan mijn bloedcellen en sip kijk ik voor me uit. Op de plek waar de bal ongeveer moet liggen zie ik dat drie jongens aan het stechelen en aan het hannesen zijn, maar plots splijten ze uit elkaar. Het pleit is beslecht. De winnaar is bekend. En als 'Mozes door de rode zee' komt daar mijn vriend - want zo mag ik hem na ons diepgaande gesprek van zonet wel noemen - Johan Abma, als winnaar, met de PC-bal in de hand, aangelopen. Eenmaal aangekomen staat hij stil voor me en kijkt me indringend aan, de zonnestralen, ferm aanwezig dit moment,  begeleiden hem.  ‘Sjoch jonge, foar dy! Ik haw d'r genoch!' Hij geeft me de bal en loopt weg. Ik kijk naar mijn handen en aanschouw de bal die erin ligt. Nogmaals vliegen de woorden van Johan door mijn hoofd: ‘Sjoch jonge, foar dy! Ik haw d'r genoch!' Welzeker de mooiste woorden ooit aan de wind gegeven...                                                                                                       johan_abma_2_200                                                                                     


*Achteraf gezien was het natuurlijk het universum dat tot mij sprak en mij duidelijk probeerde te maken dat de PC-dag Johan Abma gunstig gezind zou zijn. De oplager met zijn typische stijl van aanlopen - ‘as in hinde' - greep in 2004, samen met zijn maten Daniël Iseger en Pieter Scharringa, de overwinning op de PC.

Afbeelding: Johan Abma (uiterst links) samen met zijn partuurgenoten Daniël Iseger (k) en Pieter Scharringa. Abma poserend als zijn persoonlijkheid: bescheiden als altijd


 


 


 


 

Meer schrijfwerk

Share |