Jan Hospes

Zenon Jaskula

13472_640px_400_01"Zenon Jaskula, daar gaat-ie! Daar gaat-ie! De winnende demarrage, kan niet anders. Niemand gaat dat gat nog dichtrijden! Niemand!"  Zinnen, met Belgisch accent uitgesproken door de gebroeders de Jong - voor u wellicht onbekenden maar voor mij helden die  het boek ‘mijn jeugd' mede interessant hebben gemaakt - die in de zomer van 1993 een heerlijk gevoel in mij deden doen opborrelen. De de Jongetjes schreeuwden deze zinnen uit om zo duidelijk te maken hoe zij de overwinning van Jaskula tijdens de 16e touretappe, de dag ervoor, via de Belgische televisie tot hun hadden genomen. Op het puntje van de stoel hadden ze gezeten terwijl de Belgische commentator  met bewondering in z'n stem het commentaar had uitgeschreeuwd.
Waarom ik over deze gebeurtenis van mijn geschiedenis begin? Omdat ik tijdens de tour van 1993  zo ontiegelijk veel schik heb beleefd aan de wieleravonturen van Zenon Jaskula, de verrassende nummer drie van het eindklassement dat jaar.
Baarde Jaskula vooraf aan deze tour voornamelijk opzien door zijn ontzettende, niet te verbergen, onaantrekkelijkheid, na deze tour sprak iedereen alleen nog maar over Jaskula's  indrukwekkende wijze van koersen tijdens de course du Tour de France.
Jaskula had z'n roots in Polen liggen, een Oostblokland, en zijn stijl van fietsen was dan ook op z'n Oostbloks; puur op de (vaak gedrogeerde) macht  trapte hij de grote molen rond. Dat Jaskula's kniepezen hierdoor contant geïrriteerd en ontstoken waren, nam hij voor lief. Het was het ‘m waard, want Jaskula was een wielerliefhebber. Daarbij had hij sinds zijn jeugd, vanzelfsprekend onder toezicht van de toenmalige  bundestrainers, altijd al zo getrapt en dus was verandering, gezien zijn leeftijd, niet meer wenselijk.
Alhoewel deze techniek funest is geweest voor Jaskula's knieën, het heeft hem uiteindelijk ook heel wat opgeleverd, met als ultieme overwinning: vrijheid. Nog voordat Jaskula in 1990 professional werd was hij al 4x Pools tijdritkampioen en had hij al zilver op de Olympische ploegentijdrit (100 km) op zak (1988, Seoul. U weet wel, die van ‘Knolletje'). Als prof heeft Jaskula dit palmares nog wat aangedikt met overwinningen in eendagskoersen, een etappeoverwinning in de ronde van Zwitserland en de eindoverwinning in de ronde van Portugal. Maar het belangrijkste dat z'n benen hem uiteindelijk  gegeven hebben is dus 'vrijheid'.  Door Jaskula's goede wielerprestaties, natuurlijk geleverd voor volk en vaderland, mocht hij van de overheid in 1990 z'n heil zoeken in het buitenland, prof worden. Jaskula tekende een contractje in Italië, bij het nietszeggende Dania, maar na veel kop- en beulswerk voor die ploeg te hebben verricht, tekende hij bij het financieel interessantere GB - MG Maglificio, de ploeg waar hij in '93 ook de Tour voor reed. Dankzij de zware molen een vrij man dus.
znon_j1_400Jaskula verraste in ‘93 de hele wereld met zijn plotselinge vermogen om met de wereldtop mee te kunnen. Was tijdens de start in Le Puy-du-Fou voor iedereen al duidelijk dat Miguel Indurain deze rondekoers zou winnen, De beer van Pamplona domineerde immers de Tour de France begin jaren '90, maar dat de nummer drie van het podium onder de naam Zenon Jaskula door het leven zou gaan,  dat was vooraf vanzelfsprekend door niemand bevroed. Jaskula steeg echter boven zichzelf uit deze Tour en zette zichzelf op indrukwekkende wijze op de kaart. Jaskula reed goede tijdritten, reed alert en kon, ondanks de grote molen, goed mee in het hooggebergte. En zo wist hij gerenommeerde namen als Claudio Chiapucci, Pedro Delgado en Bjarne Riis achter zich te laten in het algemeen klassement. In de laatste week pareerde Jaskula met gemak de aanvallen van Alvaro Mejia (4e op 7'29") en latere tourwinnaar Bjarne Riis (5e op16'26"), en zo geschiedde het wonder dat Zenon Jaskula 3werd in de meest prestigieuze wielerronde ter wereld.
Wellicht kunnen we achteraf zelfs wel stellen dat Jaskula degene is geweest die de Tour van '93 nog een beetje interessant heeft gemaakt, want verder viel er immers barweinig te beleven in de Tour dat jaar. Indurain heerste soeverein, was van buitencategorie; de vioolspelende Tony Rominger was wel goed, maar in z'n geheel, zowel koersend als persoon,  erg saai; en verder lieten alle andere op papier grote namen het afweten. Dus alle lof voor Jaskula. Enkel en alleen omdat hij in '93 ten tonele is verschenen en z'n werk méér dan naar behoren heeft gedaan. Een held, die Jaskula. Een cultheld! Een veel te zwaar trappende, lelijke cultheld!....  Nogmaals vliegen de woorden van de 'de Jongetjes' door m'n kop: "Zenon Jaskula, daar gaat-ie! Daar gaat-ie! De winnende demarrage, kan niet anders. Niemand gaat dat gat nog dichtrijden! Niemand!"images_236
Sinds die Tour van ‘93 hoop ik elke tourstart weer dat er een renner op Jaskulaanse wijze doorbreekt, maar naarmate de jaren vorderen besef ik dat Zenon Jaskula one of a kind was.

Meer schrijfwerk

Share |