Jan Hospes

Duizendpoot Jan Hospes schrijft, zingt en sport

‘Mar ik wol foaral in goed minske en in goede heit wêze'


16800_400Jan Hospes (31) is een duizendpoot, kunnen we wel stellen. Kaatsen, schaatsen, voetballen, muziek maken en schrijven; in willekeurige volgorde zijn het zomaar wat hobby's en passies van de Fries om útens. Als vader van twee jonge kinderen en met een vierdaagse werkweek - hij is sportdocent op een school voor kinderen met een cluster-4 indicatie (voorheen zmok: zeer  moeilijk opvoedbare kinderen) - is hij een druk bezet man. Voor Wis-In neemt hij echter uitgebreid de tijd om over zijn passies, zijn ambities en zijn levensmotto te praten.


Het is een gezellige chaos in huize Hospes.  Verspreid over de vloer ligt wat speelgoed, wat kleding en een aantal tassen. Het is pappadag in de benedenwoning aan de Groningse Van Wassenaerstraat, vandaar dat het huis niet in z'n schoonste staat verkeert, zegt Hospes lachend. De heer des huizes zat samen met zoontje Kaìjé Tsjadrik (2) en dochtertje Djoa Imra (6 maanden) relaxed  tv te kijken toen Wis-In aanbelde. Hospes maakt graag even wat tijd vrij voor het kaatsblad om over zijn liefde voor de (kaats)sport, de muziek en het schrijven te praten. Kaìjé zit intussen naar een dvd van De Snorkels te kijken - en is daar wel zoet mee - en Djoa zit ‘vast' in een stoeltje op de keukentafel.
Het is twee dagen na de bondspartij in Franeker. Samen met Pieter Vogels en Site Ferwerda pakte Hospes voor de Groningse kaatsvereniging ‘Wezon, de Sterke Earm' een knappe vierde prijs. Een opvallende prestatie, zeker gezien het feit dat de Groningers op de voorbereidende wedstrijden in Weidum en Tzummarum niet eens een eerst wisten te pakken. Op de bondspartij werden niettemin Arum, Morra-Lioessens, Ternaard en Leeuwarden aan de zegekar gebonden. Tegen Easterlittens was de pijp echter, en dan met name bij Hospes, leeg. „En no bin ik sa stiif as in planke", vertelt hij, met een grote grijns.  


Passie
Hospes is een druk bezet man. Hij heeft met zijn Jolanda (‘in skat fan in frou') twee jonge energievretende kinderen,  werkt vier dagen per week als sportdocent met moeilijk opvoedbare kinderen en houdt zich, in de tijd die overblijft, bezig met allerlei vrijetijdsbestedingen. Schrijven, muziek maken en sporten (voetbal, fietsen, schaatsen en kaatsen) zijn de drie voornaamste passies van Hospes. Daarnaast leest hij ook graag boeken. Niet alleen om kennis op te doen; hij haalt er ook inspiratie uit en leert ervan. „Tommie Wieringa en Remco Campert binne bisten fan skriuwers, Bouke!'
Hoe druk het leven van Hospes ook mag zijn: alles wat hij doet, doet hij met passie. Zijn tijdsindeling is daarbij totaal niet te sturen , zo zegt hij. Wat Hospes leuk vindt dat doet hij. En waar hij geen zin in heeft, dat laat hij aan zich voorbij gaan. „Ik kin net kieze. Ik bin in tûzenpoat. Miskien ha ik derom ek noch wol neat eksepsjoneels dien, sa as tsien jier op de haadklasse stean bygelyks."
Schrijven, muziek maken, sporten; Hospes is niet bereid om iets te laten vallen om zo verder te komen in een van de overgebleven disciplines. „It soe al ferstandich wêze. It soe rêst bringe. Mar ik fyn it fiersten te leuk om al die dingen te dwaan." Dan pakt Hospes ineens zijn gitaar en begint te spelen. Soms ontstaat er ineens iets, zo vertelt hij. Op zo'n moment voelt hij ook de drang om die paar akkoorden dan verder uit te werken tot een compositie, tot een nummer. Hij stopt ook niet voordat het nummer dan af is. Althans de melodie, de tekst kom later. Het is in zo'n situatie zot om niet door te gaan en te denken: ik ben eigenlijk aan het schrijven en moet dus daarmee verder.
Als hij ziet welke kaatsers er tegenwoordig op de PC staan dan heeft hij daar soms wel ‘de hel oer yn'. Hij ziet dat sommige kaatsers over minder talent beschikken en ergert zich met name aan het feit dat hij niet altijd wordt vermaakt. En dus vraagt hij zichzelf regelmatig af of hij niet te vroeg is gestopt.  „As ik sûnder te trenen noch sa útslaan kin dan falt der noch wol wat te heljen, tink ik dan by myself. As foarinse miskien."
Hij haalt een boek van Malcolm Gladwell aan. Deze schrijver deed onderzoek naar topsporters en topmanagers. Gladwell kwam tot de conclusie dat toppers - in welke discipline dan ook - minimaal 10.000 uren in hun sport,  passie of werk staken. „Dat is echt in nijskierich boek. Jo moatte talint de erkenning jaan die it fertsjinnet." Als muzikant en kaatser zit Hospes al op die 10.000 uren, zo denkt hij.


Ambities als schrijver
Als schrijver werkt hij daar nu ook naar toe. Hospes droomt van een eigen boek in de winkels. Hij schrijft romans en ‘short stories'. Hij heeft op dit moment vier manuscripten op de plank liggen en in zeker twee daarvan ziet hij potentie. Nu is het zaak om deze verhalen verder uit te werken en te optimaliseren om vervolgens uitgevers te benaderen. Hospes omschrijft zijn schrijfstijl als romantisch. Hij wil dingen graag net iets mooier opschrijven dan dat ze in werkelijkheid zijn. Daar zit een boodschap achter: mensen moeten meer genieten. Hospes liet zich inspireren door onder meer de boeken van Herman Hesse. „Dy man is echt geniaal."
Een boek dat hij schreef voor zijn goede vriend Klaas Jan van der Lei - de naam van Hospes' zoon is ook gebaseerd op zijn initialen - vormde het begin van zijn schrijfcarrière. Hospes had eerder van Van der Lei een geschreven stuk  van Friedrich Nietzsche voor zijn verjaardag cadeau gekregen. In dat stuk werd de functie van vriendschap omschreven. Hospes vond het een geweldig en briljant cadeau. Hij besloot iets terug te geven dat daaraan kon tippen, om Van der Lei zo hetzelfde gevoel te gunnen. En dus kwam er een boek. Later schreef Hospes eens een stukje in het gastenboek van de website Kaatsen.nl, waar hij  veel reacties op kreeg. Zodoende ging hij vaker over het kaatsen schrijven. „Ik koe foarhinne ferskrikkelik opsjen nei al dy goede keatsers. Derom kin ik, tink ik, ek op in heroyske wize oer harren skriuwe."
Plots begint zoontje Kaìjé zich te roeren. Hospes spreekt zijn zoontje vermanend toe: „Ast sa troch giest dan goai ik dy op bêd, Kaìjé." De peuter kiest eieren voor zijn geld en houdt zich verder koest. „Sa kinst sjen dat beskaving oanleart gedrach is", vertelt Hospes. „Hast it programma  The Nanny wolris sjoen? Deryn binne se faaks allinnich mar dwaande om it gedrach fan de âlders oan te pasjen, wêrtroch de bern ingeltsjes wurde. Bêrn dogge harren âlders nei, echt wier."
Dan gaat Hospes achter zijn PC zitten. Hij wil graag de inleiding van zijn boek ‘Hoe wordt mijn zoon profvoetballer' voorlezen. Hij begint te lezen. Bevlogen leest hij de zinnen die op het scherm staan op. Het is best een lap tekst, maar Hospes heeft de smaak te pakken. Later leest hij zijn stuk over Sergei Boebka voor, de polsstokhoogspringer die zijn eigen wereldrecord telkens met 1 centimeter verbeterde. Het moet gezegd: dit zijn prachtige stukken. Benieuwd? Kijk op www.janhospes.nl


PC
Ook  is er nog de PC als gespreksonderwerp. Deze kaatsdag staat met rood omcirkeld in de agenda van Jan Hospes. Als twaalfjarige jongen ging hij voor het eerst naar de PC. Gerben Okkinga maakte daar een enorme indruk op hem en ook het overlopen van Coos Veltman op 5-5 6-6 in de halve finale tegen Seerden c.s. en de daaropvolgende reactie van Piet Jetze Faber staat op zijn netvlies; Piet Jetze vloog de dienstdoende keurmeester aan. ‘Wat asociaal is dat!', dacht Hospes toen. Pas later besefte hij wat de belangen waren en keek hij met andere ogen naar het incident, dat koren op de molen is voor de schrijver en romanticus in Hospes.
Sinds zijn eerste PC-bezoek was Hospes nog maar één keer afwezig.  In 1995 was hij op vakantie, het jaar dat zijn toenmalig trainer Simon Minnesma en held Sake Porte als winnaar voor de koepel stonden. Hospes wist, toen hij dit bericht in Oostenrijk tot zich kreeg: ‘dit nooit meer!'  Zelf stond hij op de vijfde woensdag van juli ook een keer op It Sjûkelân. Dat was in 2007. Lang duurde het optreden echter niet. Het werd een strafexpeditie. „ Wy pakten mar ien earst. Ik moat der eins noch wat rjochtsette."
„De PC fyn ik magnifiek. Ik geniet sa fan sa'n dei." Hospes schreef er ook een lied over, dat hij speelde tijdens het radioprogramma van Geert van Tuinen ‘PC-café' en op de partuurpresentatie van de KNKB dit jaar. Hij kreeg positieve reacties op dit PC-liet. Ook van een lid van de Permanente Commissie, dat hem liet weten dat ze er wellicht wel iets mee wilden gaan doen. „Skriuw dat mar op, dan komme sy miskien wer by my",  vertelt Hospes met een glimlach.
Dan gaat hij terug naar 2007, het jaar van zijn enige deelname. Misschien was het symbolisch dat Hospes deze PC kaatste met Bauke van der Graaf, het broertje van Hendrik. Met Hendrik kaatste Hospes veel in zijn jeugdjaren. „Op syn fjirtjinde waard by him bonkekanker konstatearre.  Hy is ferstoarn op syn achttjinde. Sa bin ik letter noch twa goeie freonen kwytrekke. It libben is sa fragyl."
Niet wetende waarom hij op deze aardkloot is, heeft Hospes besloten te genieten van de tijd die hem is gegeven. „Wat is it libben? Ik wit it net. Ik doch mar wat. Jo moatte genietsje. Ik wit wol dat ik dit (wijst naar zijn kinderen) tige spesjaal fyn, der sit wierheid yn. Ik mei graach fan alles dwaan. Mar ik wol foaral in goed minske en in goede heit wêze."
Tot slot haalt hij nog maar eens een schrijver aan. Het is Desiderius Erasmus, die ooit het boek ‘Lof der Zotheid' schreef. Een uitspraak uit dat boek is het levensmotto van Jan Hospes geworden:  ‘De grootste vorm van gelukzaligheid is afhankelijk van de mate waarin men leeft met zotheid.' Dus: Nim it libben mar net te serieus, dat nimt it dy ek net. Wy binne mar passanten.  It is net sa sear dat ik it libben net serieus nim, hear. Ik wit allinne net wat it fundemint is. Dus lit ik derom asjeblyft genietsje en net muoilik dwaan. En dat moat ik in oar ek gunne, want elts minske hat it rjocht om sa goed as mooglik troch it libben te gean. It libben is ek sa unyk, Bouke. Der steane wy te faak net genôch by stil."


Bouke Poelsma

Meer schrijfwerk

Share |