Jan Hospes

Verslag Elfstedentocht 11-02-2012!

elfstedentocht_route__kilometers_400Dinsdagavond 07-02-2012. Tijdstip: 20.20. Telefoongesprek met Aernout Lubbers.
‘Welnu, Marco kwam met het idee, en ik dacht: ‘Dat is ook wel wat voor Jan.' Vandaar dat ik je bel, Jan.'
‘Aernout, geweldig initiatief! Ik ben erbij! Tuurlijk! Vanzelfsprekend! Met hoeveel man zijn we?'
‘Zoals het nu lijkt, een man of zeven.'
‘Ah, mooi aantal. Hé, en ik hoor morgen weer van je?'
‘Ja.'
‘Top! Man, ik word er helemaal hyper van! Heb er zin in, Aernout.'
‘Ja, ik ook.'
‘Later.'
‘Yo.'
Ik druk Aernout weg, zet Jarle Bernhoft weer harder - So many faces, live in Kampen Bistro - en geef me over aan het enthousiasme dat zich net, als een wervelwind, meester van me heeft gemaakt. ‘...Fuck, ik ga gewoon de Elfstedentocht schaatsen!...' 

Zwette, 11-02-2012. Brug bij de Boksumerdyk. Tijdstip: 06.10. Afgelegde kilometers: 0 (startpunt) Moraalmeter: 98% (de kou snoept 2% van m'n enthousiasme af)
cimg1572_400‘Hoi. Pieter. Aangenaam.' Een jongen, halflang donker haar, die deel uitmaakt van onze Elfsteden-groep, het zijn er uiteindelijk zeventien geworden, stelt zich voor. Hij draagt een heel vet ‘Trek-wielershirt', wat ‘m, wat mij betreft, meteen al oké maakt - hij kan een moord op z'n geweten hebben, maar mooie wielershirts hebben nu eenmaal een heilzame werking op me. Ik stel me ook voor.
‘Jan. Aangenaam.' 
Terwijl de jongen zich omdraait, onze ontmoeting was kort, ben ik z'n naam alweer vergeten. De kou, -15 graden Celsius, is op dit moment niet te harden en slaat over op mijn functioneren. Gesprekken, merk ik al een tijdje, gaan langs me heen.
Ik loop over het ijs, neem plaats onder de brug bij de Boksumerdyk en maak me klaar om m'n schaatsen aan te trekken. Dit wordt het startpunt, besef ik me. Ik kijk naar het profiel van de brug, om het ‘momentum' te pakken, en aanschouw de andere helden die aan hetzelfde avontuur gaan beginnen als ik. Honderden mensen, zowel mannen als vrouwen, schaatsen voorbij of zijn bezig hun schaatsen aan te trekken. Het stelt me gerust dat ik gasten voorbij zie schaatsen die qua postuur op Obelix lijken: ‘...Tja, als zij het kunnen...'
Terwijl ik m'n koude voetjes in mijn ‘geprepareerde schaatsen' stop, ik heb Hulzebosch' advies opgevolgd en heb bubbeltjesplastic over m'n schoenen getapet, hoor ik links van me: ‘We moeten nu echt gaan, hoor Aernout.'  Marco, broer van Aernout en initiatiefnemer van deze tocht - waarvoor dank, Marco -, is al startklaar en sommeert zijn broer haast te maken. Ik aanschouw de broeder-dialoog en vind het voor even jammer dat ikzelf geen broer heb; hoe mooi is het om samen met je broer de Elfstedentocht te schaatsen...
Aernout trekt snel z'n veters strak, gooit z'n hoezen over z'n schaatsen, staat op en begint met schaatsen. We vertrekken. Het enthousiasme voor de ‘Tocht der tochten' is groter geweest dan het wolfpack-gevoel, de jongens, de jonge honden - sommigen van hen hebben geeneens meer een acht in hun geboortejaar zitten - zijn al weg, en zodoende dienen Aernout en ik meteen een inhaalrace'je in te zetten. Maar dit is geen probleem, ik ben niet te houden, enthousiast als ik ben over deze onderneming. Na negentig meter zie ik de rooie, strakke ‘Van der Werf-broekjes' al voor me, met daartussen dat prachtige ‘Trek-shirt', mijn herkenningspunt. ‘...That's my herd!...'
Tik-tik-tik, ik hoor mijn klappers, een prettig ritme. Wat me opvalt is dat ze zachter klinken als normaal, de sneeuw, die de provincie Fryslân al een week bedekt, absorbeert het geluid. De klappen, de afzetten, zijn raak. Ja, het voelt goed. Ik probeer het enthousiasme dat ik in mijn slagen leg te temperen door te handelen naar de woorden van mijn oud-schaatstrainer, Piet Gemser: ‘Eerst rustig aan, jongens. Eerst in contact komen met het ijs, poetsen, daarna pas knallen.' Mooie woorden.aernout_lubbers_langs_scharnegoutum_400
BAM! Valpartij. Een scheur. Ik lig languit op m'n smoel. ‘...Wel godv.... Lekker dan! Na honderd meter al op m'n bek. Mooi begin...' Ik hoor het mezelf denken. ‘...Genieten, Jan, genieten...' Ik dwing mezelf te genieten, gelukbepaling zit immers in jezelf.
Ik sta snel op, voel een pijnscheut door m'n pols gaan terwijl ik dit doe, en vervolg m'n weg. Tik, tik, tik. Terwijl ik m'n ritme probeer te hervinden, hoor ik Aernout ‘Ho!' schreeuwen, hij heeft me horen vallen. De groep reageert alert en rijdt meteen rustiger. Aernout kijkt, terwijl ik het groepje nader, om en vraagt of het met me gaat. Ik zie aan z'n ogen dat hij zich heeft voorgenomen om zich deze reis op te stellen als mijn hoeder. Hij weet ook wel dat ik vandaag één van de mindere goden ben, daarbij weet hij dondersgoed dat ik zo vroeg niet alleen moet komen te zitten, dan wordt de tocht wel héél zwaar.
‘Ja, 't gaat wel. Na honderd meter al op m'n smoel, Aernout! ‘t Wordt een heroïsche tocht, jonge!' Ik schreeuw de woorden uit. Aernout lacht, en zet daarna zijn blik weer op scherp. Op naar Sneek!


Ergens op de Zwette, tussen Oosterwierum en Sneek. Tijdstip: ± 07.10. Afgelegde kilometers: 8. Moraalmeter: 100%
‘Er is niks verandert,' denk ik bij mezelf terwijl ik naar de ‘Fryske pompeblêden' staar die op de rug van mijn voorganger prijken, net boven zijn immens indrukwekkende bilpartij. Ook vroeger al zag ik alleen maar de achterkant van deze pakjes. Nooit heb ik destijds het gat weten te dichten, nooit heb ik mij de selectie in weten te rijden. De Friese-selectie-pakjes, goh, wat heb ik ze altijd fascinerend en mooi gevonden. Ze hadden - en hebben nog steeds - een soort van magische werking. Man, ik droomde ervan. Ids Postma, Andries Kramer, zij, deze helden, droegen, toen ik als veertienjarige lid was schaatsvereniging ‘de IJsster', deze pakjes ook al. Altijd keek ik met volle bewondering naar ze als ze op het uurtje voor ons hun training afwerkten - een kind in de snoepwinkel. Ik zie ‘m nog voor me, Ids Postma, relaxt z'n rondjes rijdend. Poetsend. Lange slagen met perfecte ontspanning in boven- en onderlijf, en met een perfecte timing qua afzetmoment. Helemaal senang. Goh, wat mooi! Maar hoe fascinerend ook, op dit moment doen de ‘reade blêdsjes' me alleen maar beseffen dat ik in problemen verkeer. Het gemak waarmee sommige van deze jongens snelheid weten te maken, tsjonge jonge, ik weet nu al dat ik dit ‘no way' tweehonderd kilometer ga volhouden.
Nogmaals kijk ik naar de ‘Fryske pompeblêden' en ik zie het twitter-kopje dat ik bij dit kodak-moment heb bedacht, al voor me:

twitter_120janhospespuntnl:
Heb ik weer! Hier moet ik de hele dag achter rijden! #Friese pompeblêden #zorgelijk! #Elfstedentocht! *^*&$^%#!


Ik besluit dat ik het zo lang mogelijk ga proberen vol te houden achter deze jongens, en dat ik daarna wel ga kijken hoe ik ‘m uitrijd. Want dat staat vast: ik rijd ‘m uit! Daarbij besluit ik dat ik ga genieten van de natuurverschijnselen die mij op dit moment omringen. Als eerste de volle maan, hij is helderder als ooit tevoren en maakt om die reden de witte wereld, die al prachtig was, nog mooier. Daarbij valt z'n positionering op, die is bijzonder. Hij staat récht op de Zwette, en fungeert zodoende als het ware als gids, we hoeven ‘m alleen maar te volgen.elfstedentocht_sneek_groepfoto_400 Onze ‘Ster van Betlehem', zeg maar. Ten tweede geniet ik van het prachtige heldere zwarte ijs dat onder me doorglijdt. De ijswegencentrale heeft haar werk goed gedaan, twee banen met goed ijs - weinig scheuren. Ja, de wereld is hemels mooi op dit moment en ik besef dat ik dit moment dan ook nimmer zal vergeten. Ik zie in de verte wat licht opdoemen. Scharnegoutum en Sneek, ik ben nog tien minuutjes van ze verwijdert.


Slotermeer, 11-02-2012. Tijdstip: 08.27. Afgelegde kilometers: 50. Moraalmeter: 100%
‘Goh, zo mooi heb ik de wereld nog nooit gezien!' Ik hoor de woorden linksachter me uitgesproken worden, en beaam ze. We zijn zojuist linksom het Slotermeer op geschaatst en het uitzicht wat ons daarna ten deel kwam is wer-ke-lijk: adem-be-ne-mend! De zon, in al haar glorie, komt op, en weerspiegelt op het bevroren water van het Slotermeer. Een buitengewoon mooi panorama. Alle schaatsers rechten dan ook hun rug en pakken hun mobieltje tevoorschijn, via twitter en facebook wordt het uitzicht naar het thuisfront gestuurd. Ik doe mee, maak een filmpje, stop ‘m weer weg, en geniet. Stilte...
http://www.youtube.com/watch?v=60uz2d4o1Lc&feature=youtu.be



stavoren_3_klaas_hoomans_400
Stavoren. Tijdstip: 10.00. Afgelegde kilometers: 66. Moraalmeter: 70%
‘Jongens, we moeten nu wel weer gaan, hoor,' Aernout sommeert de Elfsteden-roedel om weer door te schaatsen. Alhoewel hij echt helemaal gelijk heeft, want hoe langer en vaker je wacht hoe moeilijker het wordt, de boodschap had wat mij betreft wel wat langer op zich mogen laten wachten. Ik zit namelijk nog maar net, welgeteld één minuut. De ‘Koen & Sander-show' en ik zijn op ‘de Luts' achterop geraakt en zijn zodoende later dan de anderen in Stavoren gearriveerd. Met enige recuperatietijd zou ik om die reden dan ook geen énkele moeite hebben gehad. Maar ach, kom op, knop om en we gaan weer. Hylpen, stad nummer vijf, ligt al op ons te wachten - nog 11 kilometer.


pieter_smit_400_01De Luts, een prachtig riviertje dat door de gemeente Gaasterlân-Sleat stroomt, was één van de zwakste plekken op de Elfstedenroute, sprak Wieling, voorzitter van de Koninklijke Vereniging De Friese Elfsteden, tijdens de persconferentie op woensdag 08 februari 2012. Op sommige plekken maar zeven centimeter ijs en de kwaliteit was érg slecht. We zijn er overheen gereden en inderdaad: érg slecht! Ik heb nergens zoveel Elfstedentochtrijders zien vallen als hier. Veel scheuren in het ijs en een sneeuwlaag die deze bedekte; erg gevaarlijk. Edoch vond ik het wederom, net als in '97 - Elfmerentocht, prachtig om over ‘De Luts' te schaatsen. Een prachtig stukje natuur.

Hindeloopen. Tijdstip: 10.50. Afgelegde kilometers: 77. Moraalmeter: 75%
‘Zo, zo moet-ie beter zijn, Jan. Ik krijg ‘m natuurlijk niet helemaal goed.'
‘Nee, snap ik Aernout. Is oké. Thanks. Ik ga ‘m even testen'
Ik ben zojuist, net buiten Stavoren, in een scheur gereden. Dit gebeurde al vaker vandaag, maar kon ik de vorige keren prima doorrijden, dit keer is het niet zonder gevolgen. Ik heb materiaalpech - de buis van mijn rechterschaats is ontzettend krom geworden, een kleine u-turn. Zodra ik m'n middelzwaartepunt op m'n rechterbeen overbreng, graaft m'n rechterschaats zichzelf meteen in. Ik schaats dus al zo'n kleine tien kilometer met extra weerstand, wat 't zwaar maakt. #minderflorissant. De eerste twijfels of ik de tocht ga uitrijden zijn dan ook reeds m'n gedachten gepasseerd. Afstappen vanwege materiaalpech, iets in die trant.
Maar nu heeft Aernout m'n buis een ‘tik' gegeven (mijn schaats lag op de rand van een boot en Aernout ging er met z'n volle gewicht op leunen) en het lijkt beter te zijn.
‘Ik schaats wel even vooruit, even checken of het beter gaat.'
Ik maak de eerste klappen op m'n ‘hernieuwde' buizen door het pittoreske Hindelopen - 870 inwoners en daarmee het kleinste stadje van Fryslân - en merk meteen dat er verbetering in zit. ‘Optimaal' is anders, maar alla, het is ‘goed genoeg' om de tocht uit te rijden. Buiten Hinderloopen wacht ik de jongens op en sluit me weer bij hen aan terwijl ze me voorbij sjezen. '...Mooi groepje...', denk ik bij mezelf, en nestel me er weer tussen. Op naar Workum! Wellicht staat m'n ‘schatje' daar, met de kids...

Workum. Tijdstip: 12.30. Afgelegde kilometers: 86. Moraalmeter: 80%
Ik ben hemelsbreed een kilometer van het ouderlijk huis van m'n vriendin verwijdert maar zie geen bekenden. Mijn fout, ik heb ook niet gebeld. Meteen blok ik m'n teleurstelling en ga door. We zijn nog maar een kleine vier kilometer verwijderd van Parraga, en zes van Bolsward, en daar ligt de magische 100 kilometer-grens op ons te wachten. Dus doorgaan en genieten is het devies. Ik merk aan m'n afzet dat het beste wat betreft de scherpte van m'n schaatsen er wel vanaf is. Echt ‘grip' of ‘druk' voel ik niet meer.
In de verte zie ik een schim aan komen schaatsen. Het is een man, rond de dertig en zijn manier van bewegen komt me wel heel bekend voor. Is het ‘m? Ja, het is ‘m! ‘k Weet het zeker. In 2003 won, tot ieders verbazing, het partuur Johannes Dijkstra c.s. de PC-kaatswedstrijd te Franeker, dé kaatswedstrijd van het jaar die jaarlijks 10.000 bezoekers trekt. De voorinse van dat partuur was Karel Nijman, een jongen met wie ik sindsdien zeer goed bevriend ben geraakt, en hij komt er nu aan schaatsen. Hij is samen met z'n vader, Frans, en zusje, Ruth, aan het schaatsen.
‘Hé, Gunda!' schreeuw ik.  - Uitleg bijnaam: Nijman = Niemann  (Duits) = Gunda (als in Gunda Niemann-Stirnemann, de schaatster)
‘Hé, Jan!'
Ik draai m'n hoofd om en zie dat Karel vol in de remmen jan_in_parrega_400gaat en zich met een enthousiast gezicht omdraait. En alhoewel mijn hele lichaam schreeuwt ‘doorschaatsen' - want na honderd kilometer is men nu eenmaal niet meer zo happig op een stukje terug schaatsen -, wint het enthousiasme om Karel te spreken het van mijn pijnbestrijdingsmechanisme, en dus rem ik ook. Ook de familie Nijman is een tocht aan het maken, zo krijg ik te horen. Verder blijft het gesprek luchtig - het is mooi. Maar als ik wegschaats ben ik toch blij dat ik ze ben tegengekomen, en dat ik gestopt ben. Ik word altijd vrolijk van ze, de Nijmannetjes. Goed volk. De pijn in m'n benen is ook even weg door dit korte intermezzo. Wel begin ik voor het eerst m'n rug te voelen. We naderen de 100 kilometer.


Bolsward. Tijdstip: 13.00. Afgelegde kilometers: 100, de helft! Moraalmeter: 80%
Ik aanschouw de impressieve hamstrings en quadriceps van de ‘gebroeders Lubbers en vrienden' terwijl ik de ‘macaroni met smac' tot me neem, aangeboden door één van de lieve Elfsteden-ouders - waarvoor dank. Goh, wat een trainingsuren zitten er in die benen. Malcolm Gladwell heeft ooit onderzoek gedaan naar wat succes maakt, naar wat ‘the key to succes' is. Uitkomst: bolsward_400sowieso 10.000 uren besteden aan het talent dat je gegeven is. Zouden ze het hebben aangetikt? Ik weet het niet. 't Ziet er in ieder geval allemaal erg imponerend uit. Van Aernout weet ik dat z'n persoonlijk record op de 500m een 37'er is, maar er zitten volgens mij nog snellere jongens bij. Man, wat zou ik er een moord voor doen om met zulke jongens te trainen, of om zulke jongens later te mogen trainen. Alles uit jezelf halen, gewoon omdat je een door-God-gegeven talent bezit. Ik zou ervoor zorgen dat ze alles uit zichzelf zouden halen: fysiek, mentaal, qua geluk-besef. #jandroomtweer!
De laatste hap heb ik tot me genomen als ik zie dat de eerste jongens alweer aanstalten maken om te vertrekken, en dus sta ik ook op. Zo hé, stijf! Ik merk dat ik steeds meer tijd nodig heb om m'n lichaam soepeltjes te krijgen. Na elk rustmoment duurt het steeds langer voordat ik het warm krijg, in het ritme kom.
Telefoon! Jaantje, van Omrop Fryslân, of ze me voor een Elfstedentocht-item mogen volgen vandaag. ‘Tuurlijk, Jaantje,' antwoord ik. Geert (Geert van Tuinen, radioverslaggever bij Omrop Fryslân) is één van de eerste personen geweest die mij enorm heeft gestimuleerd om door te gaan met het maken van muziek. Hij heeft als eerste mijn plaatje ‘Summer in my head' gedraaid op de radio en daar mag natuurlijk best wat tegenover staan.
omrop_frysln-icoontje_120


Summer in my head: http://youtu.be/WvqM8-Mg6uc




‘Oké, we bellen je rond 13.45, Jan.'
'13.45. Prima, Jaantje, weet ik genoeg!'
Ik moet even weten wanneer ze me bellen want ik hoor vandaag de beltoon van m'n telefoon - The way young lovers do, Van Morrison  - niet altijd even goed, m'n telefoon zit namelijk in de achterzak van m'n schaatspak, en de wind komt van voren en houdt zodoende de geluidstrillingen tegen, zuigt ze mee naar achteren. Maar het komt goed. Jaantje belt me ruim van te voren op, spreken we af, zo heb ik meerdere kansen om op te nemen.

Kimswerd. Tijdstip: 14.00. Afgelegde kilometers: 113. Moraalmeter: 80%
‘Hé Klaas Jan, ben je thuis?
‘Ja.'
‘Ik kluun nu over de brug van Kimswerd, dus ben over een minuutje voor je huis. Kom je naar buiten?'
‘Ja, doe ik. Ik doe nu de jas aan. Tot zo.'
‘Yo!'
Ik vind het super dat één van mijn beste vrienden mijn poging om deze heroïsche onderneming te doen slagen, gadeslaat. Jo en ik hebben als dank voor zijn vriendschap onze zoon naar hem vernoemd, Kaìjé, en zijn steun tijdens deze tocht, ook al is 't contactmoment waarschijnlijk maar kort, is me dan ook veel waard.
‘Hoe gaat het, is het zwaar?' vraagt Klaas Jan.
Eigenlijk zou ik hier op moeten antwoorden ‘ontzettend zwaar', er zitten immers al 113 kilometers op, maar eigenlijk gaat het wonderwel goed. De macaroni in Bolsward is een enorme energie-booster gebleken en zodoende schaats ik vrij gemakkelijk.
‘Ja, wel zwaar, maar het gaat eigenlijk ook gewoon wel heel goed. Net een stuk, vanaf Bolsward, heel lekker gereden.'
Ik zie achter me dat de jongens alweer aanstalten maken om verder te gaan en dus keer ik mij ook snel om.
‘Sorry.'
‘Ach jonge, maakt niet uit. Succes.'
‘Dank.'
Het was een kort contact maar ‘vriendschap is de taal van het hart' en dus maakt dat niet uit.
‘Wie was dat?' vraagt één van de jongens me.
‘Een goeie vriend van me. Ik heb m'n zoon naar 'm vernoemd.'
De jongen kijkt me respectvol aan en zegt: ‘Tof, Jan.'

Harlingen, zittend bij Koek & Sopie-rondvaartboot. Tijdstip: 14.15. Afgelegde kilometers: 116. Moraalmeter: 71%
‘Je moet er boter op smeren.' harlingen_koek__sopie_400
Ik kijk naar rechts en kijk Pieter aan - Trek-shirt-man -, een glimlach prijkt er op z'n gezicht, eigenlijk de hele dag al.
‘...Hij zou nog weleens gelijk kunnen hebben ook..."
M'n klapsysteem hapert. We moesten net een volle kilometer klunen en daardoor is het potje érg smerig geworden, hierdoor blijft de dop steken, haken. Daarbij bevriest de sneeuw die zich tussen de twee attributen heeft genesteld, wat ook een haperende werking heeft. Maar door het potje schoon te maken en er boter in te smeren voorkom ik beide, en zo kan ik waarschijnlijk m'n reis op prettige wijze vervolgen. De vrouw kijkt wat raar als ik mijn boter bestel, maar het wordt geregeld.
Pieter Smit, hij deed zijn achternaam eer aan, een ‘smids' slimmigheidje' was zijn aandeel. En het werkte perfect!

Franeker (deel 1). Tijdstip: 15.00. Afgelegde kilometers: 129. Moraalmeter: 60%
‘Voor zo meteen, jongens, als ik afhaak, ga maar door hoor. Ik rijd wel in m'n eigen tempo verder. Ik ben een blok aan jullie been en jullie gaan me net wat te snel. Ik voel aan elke myofibril in m'n lijf dat ik dit tempo niet tot aan het einde ga volhouden.'
‘Nee, nee. Zo werkt dat hier niet, Jan,' zegt Oebele Woudstra met een twinkeling in z'n ogen als reactie. Tja, als een uit de kloten gewassen Fries van twee meter twee zoiets tegen je zegt, durf er dan nog maar eens tegenin te gaan. #erkenjemeerdere
‘Oké, dan niet,' spreek ik olijk uit. Ik kijk Oebele aan en laat via een glimlach weten dat ik zijn opmerking waardeer. ‘...Er niet uitstappen, Jan. No fucking way! Zo lang mogelijk volhouden....'
Met een voldaan gezicht, trots op mijn herwonnen spirit, kijk ik om me heen en concludeer dat ik met een mooi stel mannen op pad ben. Sprinters! - er zitten echt snelle jongens bij: 01.10 op de 1000m (hoorde ik achteraf). En haantjes!  - ze hebben elkaar in het verleden de kop helemaal gek gemaakt, weet ik zeker. En dat ik hier deel van uit mag maken, maakt me ontzettend trots!

twitter_120Tweet: Sprinters & Haantjes, voor al uw legendarische ondernemingen! #that'smyherd!

En wat betreft dat momentje waarop ik had aangeven dat ik het niet vol ging houden? Zullen we maar net doen alsof dat nooit is gebeurt.;)  #Itneverhappened! Capiche?!

Franeker (deel 2). Tijdstip: 15.00. Afgelegde kilometers: 129. Moraalmeter: 55%
‘...Kut, m'n hoezen...'
Ik kom er net achter dat ik op het laatste traject, vanaf de kluunplek net buiten Franeker tot aan onze rustplek hier in Franeker zelf, een deel van m'n rechterhoes ben kwijtgeraakt. De veertjes zijn gesprongen en zodoende mis ik nu 1/3e deel van m'n hoes, en kan dus niet meer op een fatsoenlijke manier klunen. ‘....Heb ik weer!^^#$^%$#!...' Ik heb geen keuze en móet terug, wellicht komen er nog meer lange kluunplekken op onze route, en ik kan het de jongens niet aandoen om zulke stukken heen en weer te lopen, dat zou asociaal zijn, ook zij zijn kapot.
‘Ik moet even terug, jongens, mis een deel van m'n rechterhoes. Ben zo weer terug'
Echt veel respons op mijn mededeling krijg ik niet maar ga er gemakshalve vanuit dat ze me wel hebben gehoord. Ik houd het erop dat de meesten van hen de eerste ‘pijntjes' nu ook beginnen te voelen en zodoende niet zoveel goesting hebben om een respons te geven.
Ik schaats de laatste kilometer die we hebben afgelegd tegen de stroom in terug en houd mijn ogen gefocust op het ijs, kijkend of ik ergens ook een zwart hoes-deeltje zie liggen. En aan het eind van de kilometer, ik ben weer terug op de kluunplek die we als laatst zijn gepasseerd, zie ik het uiteinde van m'n schaatsbeschermer ook daadwerkelijk liggen. Onaangeroerd ligt het op de plek waar ik hem zojuist waarschijnlijk heb laten vallen, want hij ligt op de plek waar ik m'n hoezen na het klunen heb afgedaan. Ik raap ‘m op en maakt snel rechtsomkeert, op naar de boys!
Voor de tweede keer passeer ik de hoek die mij Franeker inbrengt en rijd naar de verzamelplek, echter zie ik de jongens niet meer staan. ‘...Ze zijn weg!...'  Mijn Elfstedenroedel is weg. De stilte die ik daarnet als reactie kreeg had niks te maken met vermoeidheid of pijntjes, maar was gewoonweg een gevolg van het feit dat ze me niet hadden gehoord.
‘Kut!'
Ik ga zitten  (of plof neer eigenlijk) want ik moet écht nog even wat eten tot me nemen, en rusten. Ik probeer m'n hoezen goed in elkaar te zetten en eet wat brood, beide gaat moeizaam.
Telefoon! - Bauke!

Hier dient een uitleg te volgen:
Bauke is één van mijn beste vrienden. Hij is de zoon van Theunis en Gerrie van der Graaf, en is de broer van Johannes en Anne. Bauke en ik hebben gaandeweg de jaren een mooie vriendschap gecreëerd en hebben al heel wat mooie momenten met elkaar beleefd: de PC gekaatst; de Col de Galibier, de Alp d'Huez en de Col de Parquetout op gefietst; geschaatst. Kortom, mooie ondernemingen, meestal sport gerelateerd.
Onze gemeenschappelijke deler is echter een minder rooskleurig verhaal. Dat is namelijk ‘Hendrik', Bauke's broer. Hendrik was een jongen waar ik vroeger heftig mee concurreerde op de kaatsvelden, zodoende dat ik Bauke ook leerde kennen als ‘broertje van'. Sporten en spelen, dat waren de belangrijkste ingrediënten van het leven in die tijd. Maar in 1993 verloor het leven voor altijd haar onschuld, bij Hendrik was botkanker geconstateerd. Ik weet nog precies waar ik het hoorde, in de kleedkamer van sporthal ‘De Trije' na een winter-kaatstraining in Franeker, ik hoorde het van Anne Vogel. Na zes lange jaren waarin Hendrik enorm heeft moeten vechten tegen de pijn, vele ziekenhuisbezoeken heeft hij afgelegd, stierf hij op 1 juli 1999 in het ouderlijk huis aan de Buorren aan de gevolgen van zijn ziekte. De wereld was voor altijd een stukje van haar glans kwijt.
..
721_512

‘Hé, Bauke!'
‘Hé Jan, hoe gaat het, en waar ben je? Ik schaats nu richting Franeker, en Non en Tieme (zoontje) en m'n ouders staan in Berlikum op je te wachten.'
‘Ja, nou, het gaat eigenlijk even kut! Ik moest net terug schaatsen, Bauke, om m'n hoes te halen, was een deel kwijt. En nu ben ik, geloof ik, m'n groepje kwijt.'
‘Och, jonge. Nou, dan rijd ik je wel naar Berlikum. Ik ben al bijna in Franeker.'
‘Oh, tof! Dank je.'
Alhoewel ik het jammer vind dat ik mijn eerste groep ben kwijtgeraakt, het zou nog weleens goed uit kunnen pakken ook. Bauke kan mooi als mijn persoonlijke derny fungeren, eentje die mijn tempo rijdt. Zo hoef ik me ook niet bezwaard te voelen als ik aangeef dat het te hard gaat, wat ik bij de andere jongens toch wel een beetje had. Maar bij Bauke niet want hij rijdt gewoon met me mee op basis van vriendschap en heeft geen andere belangen meespelen: voor het donker aankomen i.v.m. veiligheid, of een tijd neer zetten, bijvoorbeeld. (Dit zijn overigens belangen waar ik alle begrip voor heb. Ikzelf heb ooit, tijdens het rijden van de Elfmerentocht in '97, mijn ‘heit' ook al eens in Sneek achtergelaten. En dat is de opstartplaats!). Daarbij is Bauke een marathon-B-rijder en houdt het gemakkelijk vol. #eenprettiggegeven
Ik stop de hoes kapot in de tas en besluit weer verder te schaatsen. Op naar Bauke - ik zou hier een uitroepteken achter kunnen zetten: 'Op naar Bauke!', maar dat zou geen juiste weerspiegeling zijn van mijn energievermogen op dit moment. Er is simpelweg niet genoeg energie meer over om een uitroepteken te rechtvaardigen. Het tankje loopt leeg, merk ik, gepaard met het enthousiasme.


Berlikum. Tijdstip: 15.45. Afgelegde kilometers: 145. Moraalmeter: 45%
Leeg! Compleet naar de mallemoer! Ik kan niet meer! Ik zit op het bankje in Berlikum en ben ‘com-pleet-naar-de-klo-ten!' In Franeker, bij wéér een kluunplek, heeft Bauke me opgevangen en samen zijn we verder geschaatst, hij voor ik achter. Maar nu, twintig kilometer verder bij Berlikum, zit ik er, ondanks dat ik een persoonlijke windvanger voor me had schaatsen,  helemaal doorheen. M'n rug (tot aan m'n schouderbladen!) doet pijn, m'n benen voelen ‘empty' aan en m'n voeten doen aan blaarvorming. Allemaal pijn waar je, wil je de Elfstedentocht uitrijden, doorheen moet natuurlijk, maar man, wat is het aanlokkelijk om hier de schaatsen uit te trekken en voor het kacheltje bij ‘Bauke & Nontsje' te gaan zitten, met een lekker warm kopje chocolademelk in m'n handen. #prettigvooruitzicht
‘Ik móét wat eten hebben, Bauke, anders val ik om.'
Bauke, nog zo fris als een hoentje, lacht en haalt een worst voor me, en thee, je moet ook goed en veel warm drinken, weet hij me te vertellen. Eenmaal de eerste happen van de HEMA-worst binnen, merk ik dat mijn lichaam hier erg aan toe was; benzine voor de motor. #tegeneenhongerklopjeaan?
‘Vanaf hier is het nog maar een kleine zestig kilometer, Jan,' hoor ik  Theunis tegen me zeggen. ‘Ja, het grootste stuk heb je al gehad,' sluit Henk Tuininga aan (oud-kaatstopper en inwoner van Berlikum, heeft de tocht in '86 al eens uitgereden).
Alhoewel de woorden een opbeurende werking moeten hebben, denk ik alleen maar: "...Moet ik werkelijk nog van Heerenveen naar Groningen schaatsen! Tjezus, wat een rot end nog, zeg! Dat vind ik op een fiets al ver, als ik fit ben, laat staan dat ik die afstand op van die dunne ijzertjes moet afleggen, met lege benen!..." #geenzinmeer!
Ik zie het metertje van mijn moraalmeter per seconde naar beneden glijden. De moed zakt me letterlijk in m'n schaatsen, m'n voeten beginnen erg dik aan te voelen. De enige manier om dit tij te keren is om weer te gaan staan en de tocht weer voort te zetten. Nog langer zitten is funest voor m'n moraal, én voor m'n lijf, want ik ben door het lange zitten érg stijf geworden, merk ik als ik richting Wier schaats.
Of ik nog gevallen ben door de vermoeidheid? Ja, na 300 meter alweer plat op m'n bek! M'n rechter elleboog is zo beurs als 't maar kan, denk dat-ie blauw is. #houstenwehaveaproblem....
Niks positiefs meer te melden, Jan? Zeikerd. Jawel! Ik heb van Henk Tuininga een paar hoezen meegekregen zodat het klunen geen problemen meer zal opleveren. Ik ben hem zéér erkentelijk.


 Blikvaart (Blikfeart). Tijdstip: 16.30. Afgelegde kilometers: 150. Moraalmeter: 50%
‘Hé, Geert!'
Omrop Fryslân is weer aan de telefoon. Vanaf 14.00, vanaf Harlingen, zijn ze me al ‘live' aan het volgen en nu, 16.30, willen ze nog snel even een update hebben. Hoe ligt het ijs op de Blikfeart erbij? Hoe is het met de pijn? En is het vooral mentale- of meer fysieke pijn? tegeltjesbrug_400Ik probeer zo eerlijk en leuk mogelijk antwoord te geven en merk dat de betrokkenheid aan de andere kant van de lijn, groeit. Daarbij merk ik dat de betrokkenheid meer is dan alleen ‘professionele betrokkenheid'. Geert en Jaantje leven enorm mee, en nemen zo ook hun luisteraars mee. Op het moment dat ik op wil hangen, zegt Geert: ‘Ho Jan, nog even wachten. Ik heb nog wat berichtjes voor je, steunbetuigingen. Er zijn sms'jes  binnengekomen en die wil ik je graag nog even voorlezen.'
Meinze & Sita, Marcel & Jildou en Sharon hebben allemaal lieve berichtjes gestuurd. Man, wat is het fijn om te weten dat er mensen met je meeleven terwijl je met zo'n barre onderneming bezig bent. Een ‘moraalbooster'!
O ja, hoe het ijs op de Blikvaart erbij ligt? Kut!


Bartlehiem. Tijdstip: 17.10. Afgelegde kilometers: 162. Moraalmeter: 70%
‘Ik rijd het hele stuk met je mee tot aan de finish op de Bonkefeart, Jan. Jij moet daar hoe dan ook finishen! Daarna kunnen we bij m'n ouders in de auto stappen, die staan daar, rijden we daarna terug naar Berlikum. Ze staan nu bij Bartlehiem.'
‘...Goh, wat lief... Wat onzettend lief... En waar heb ik het aan te danken...'
Ik ben er stil van...

bruggetje_bartlehiem_400


De Dokkumer Ee, de trekvaart tussen Bartlehiem en Dokkum. Tijdstip: 17.40. Afgelegde kilometers: 176. Moraalmeter: 75%
Ik bevind me al een geruime tijd in de stille gemoedstoestand waarin ik voor Bartlehiem terecht ben gekomen. Ik denk aan allerlei verschillende zaken terwijl ik Bauke z'n hand op m'n rug voel - 't voelt overigens net alsof het de-lieve-here-zelf is die me duwt. Dankbaarheid, schoonheid, Bauke, Theunis en Gerrie, Nontje & Tieme,  Jo en de kids - Kaìjé en Djoa, kwetsbaarheid, gelukzaligheid, Aernout en de boys, vermoeidheid, heroïek, de PC, de prachtige natuur, de muziek, Hendrik, fragiliteit, het leven zelf. Man, het is een achtbaan in m'n kop!
"...We strolled through fields all wet with rain..." Telefoon!
Ik kijk op het display en zie de eerste drie nummers staan - 058... -  Omrop Fryslân!
‘Hé, Jaantje!'
‘Hé, Jan. Hoe is het, en waar ben je?
‘Ja, goed Jaantje. We zijn nu ongeveer tien minuutjes van Dokkum verwijdert.'
‘Ah, oké. Dat gaat goed dus. Volhouden, hè!'
‘Jazéker!'
‘Hé, ik gooi je erin, Jan.'
‘Ja, oké.'
In het telefoongesprek dat volgt toon ik mijn dankbaarheid voor alle hulp die ik vandaag heb gekregen. Bauke, z'n ouders, alle jongens van mijn Elfstedenroedel en als laatste: alle vrijwilligers! Ze hebben engelenwerk verricht, vandaag! Ik heb door wat ik vandaag aan barmhartigheid heb gezien weer alle vertrouwen in de mensheid gekregen en ik merk dat ik, meer dan ooit, een ‘Fries' ben. ‘Echt 'n Elfstedensfeertje, hjoed,' sprak Bauke treffend.
Nog voordat ik op ga hangen, zeg Geert: ‘Nog even wachten, Jan, want ik heb nu wel een héle speciale sms voor je.'
Nieuwsgierig gemaakt door de woorden van Geert denk ik na over wie het zou kunnen zijn, maar ik heb geen idee.
Geert leest de sms voor: "Als je ‘m uitrijdt, Jan, dan zeg ik woensdag: ‘Ja!'"
Ik voel tranen opkomen. Jo en ik gaan aanstaande woensdag namelijk trouwen. En dat mijn toekomstig vrouw op dit moment zó betrokken voor de radio zit, en niet, zoals eerder afgesproken, al in Groningen is, doet me ontzettend goed. Wat een top vrouw!
‘Nou, Geert, dit raakt me wel.'
Ik leg hem uit dat wij gaan trouwen de 15e en dat dit, zeg maar, mijn ‘vrijgezellenfeestje' is.
Geert feliciteert me en meldt dat-ie me zo meteen nog één keer belt, om af te sluiten.
‘Prima!'
Bauke lacht zich rot om het geintje van Jolanda en zet nog even aan. Dokkum wordt steeds groter, we zijn er bijna.

Dokkum. Tijdstip: 17.50. Afgelegde kilometers: 179. Moraalmeter: 88%
Zie ik het goed? Verdomd, 't is ‘m gewoon! In de verte zie ik een Trek-shirt aan komen rijden, met daaromheen de oorspronkelijke Elfstedenroedel, ze vertrekken net uit Dokkum.
‘Hé, mannen!' Ik schreeuw de woorden, enthousiast als ik ben om hun weer te zien, over het ijs.
‘Hé, Jan! Klasse, jonge!' Pieter, hij steekt z'n hand nog even omhoog - thumbs up! Daarna zie ik hem weer in elkaar kruipen, de jongens nog even op sleeptouw nemen, Leeuwarden is voor hen in zicht. Ik rijd verder en net voor de brug, de poort van Dokkum, zie ik nog twee jongens van onze oorspronkelijke groep staan, Aernout en Marco, de gebroeders Lubbers.
aernout_lubbers_400‘Hé, Aernout!'
Aernout en Marco kijken tegelijk om en beantwoorden mijn geschreeuw met een prachtige, warme glimlach. Ze zijn trots op me, zie ik aan hun ogen. Alhoewel ik waarschijnlijk de oudste van de groep ben, voel ik me nu ‘de benjamin'.
‘Helemaal verrot, hoor,' zeg ik tegen de heren.
Aernout: ‘Ik ook, man. He-le-maal verrot! Van binnen en van buiten.'
Ik zie aan z'n ogen dat hij het meent. Leegte, van vermoeidheid. Ik vond het al zo knap hoe hij zich al die kilometers staande hield, normaliter schaatst hij op trainingen nooit langer dan driehonderd meter. #supersprinter!
Ik dank Marco nu al, want zij zullen waarschijnlijk al weg zijn als ik in Leeuwarden aankom, voor dit briljante initiatief (En dat meen ik! Het is echt één van de mooiste ondernemingen die ik ooit heb ondernomen!) en wens ze nog succes met het laatste deel van de route.
‘Graag gedaan, en hetzelfde.'
Ik zie ze wegschaatsen. Wat een mannen!
Bauke en ik gaan onder de brug door - waarom de laagste brug nou precies in Dokkum moet staan is mij overigens een raadsel! - en rijden tot aan het tweede witte bruggetje, daar staat namelijk bij de officiële Elfstedentocht de stempelpost van Dokkum.
Op de terugweg blijven we even staan bij de immense ronde vijver, vlak voor binnenkomst Dokkum. Ik kan me de beelden nog herinneren van de laatste tocht in ‘97, 100.000 man in Dokkum. Johann Olav Koss sprak in de NOS-documentaire ‘De Elfstedentocht van '97' over hoe mooi hij het hier had gevonden. Het meest indrukwekkende moment dat hij ooit in het schaatsen had beleefd, zo zei hij. Ik visualiseer dat het hier helemaal vol staat met mensen. Eén grote hysterische, feestvierende mensenmassa! #briljant!

http://www.youtube.com/watch?v=upQ8UqbBrzc


Telefoon! Omrop Fryslân!
Geert vraagt naar waar we zijn. Ik meld hem dat Bauke en ik in Dokkum gearriveerd zijn en nu even stil houden bij een ‘koek en sopie-tent', we nuttigen een bakje koffie, een Red Bull en een mars, om zo weer op naar Leeuwarden te schaatsen.
‘Onze uitzending zit erop, Jan, maar...' zo zegt Geert met iets meer volume, ‘...wie Dokkum haalt, die rijdt ‘m uit, jonge! Dat is een algemeen geldende regel en dus gaan we ervan uit dat je ‘m uit gaat rijden.'
‘Nou, als dat de regel is, Geert,' antwoord ik, ‘wie ben ik dan om me daar niet aan te houden. mooie_foto_elfstedentocht-groepje_400Nee, geintje Geert, maar iets zegt me dat het goed gaat komen. Ik heb er alle vertrouwen in. En ik heb Bauke ook nog bij me, hè, die is zo sterk als een os. Dus als het niet meer gaat, dan draagt hij me gewoon naar de Bonkefeart. Ik ga ‘m uitrijden, Geert. Zéker!'
‘Mooi! Goed om te horen dat het moraal nog zo hoog is. Nou Jan, dank dat wij, en de luisteraars, je mochten volgen tijdens jouw onderneming om ‘De hel van het noorden' te volbrengen. Succes nog voor jou en Bauke met de laatste kilometers. Nog 22 kilometer te gaan!'
‘Graag gedaan en bedankt.'
Ik druk Geert weg, kijk naar de tijd - 18.00 - stop m'n telefoon in m'n achterzak en kijk Bauke aan. Hij kijkt terug en zegt met een berustende en wijze stem: ‘Op nei Bartlehiem, Jan. It wurdt al donker.' (Graag zou ik ooit, later, mijn zoon en dochter, Kaìjé en Djoa, ook zo aanspreken op het ijs. Met dezelfde warmte, met dezelfde timbre. "Kom jonges, wy moatte nei hûs ta. It wurdt al donker.")

Dokkumer Ee, de terugweg. Afgelegde kilometers:185. Moraalmeter: 80%
Bauke had gelijk, de avond doet snel zijn intrede. Het wordt met de minuut donkerder hier in het noorden. Van donker naar licht schaatsen is prima te doen maar van licht naar donker schijnt echt heel irritant te zijn, heb ik mij door Bauke laten vertellen. Om die reden schaatsen we in snel tempo richting Bartlehiem. Tik, tik, tik, ik probeer er hetzelfde beenritme op na te houden als Bauke. We zijn op de terugweg nog niet ingehaald, ik denk dat we de 25km per uur wel aantikken. Dat lijkt niks te zijn in vergelijking met de 50km per uur die we tijdens onze sprinttrainingen wel halen, maar na 180km Elfstedentocht vind ik het een prima snelheid.
Tik, tik, tik. BAM!
‘Godv....!&*%^$#&'
Bauke houdt zich net staande, zie ik, maar ik val ontzettend hard op m'n smoel! Weer plat op m'n bek! En wéér die rechterelleboog! Zucht...
‘Gaat ‘t?' vraagt Bauke.
‘Ja, volgens mij wel. Niks stuk. We doen vanaf nu rustig aan, hoor Bauke. Je ziet de scheuren bijna niet meer man, en ik wil niet nog een keer zo hard vallen.'
Bauke kijkt wat bedenkelijk maar berust zich in het feit dat-ie met één van de mindere goden op pad is vandaag. Ik geef het je te doen: de ene week rijd je nog achter de BAM-formatie aan op de Weissensee, en de andere week ben je met hampelman-Hospes op pad.
‘Ik vind het best, Jan. Jij bepaalt.'
We rijden rustig naar Bartlehiem, waar ik Theunis in de armen val. Ik ben moe. Maar we gaan het halen, voel ik, weet ik zeker. Gerrie dirigeert ons naar links.
Theunis: ‘Nog 12 kilometer, jongens. Wij zien jullie daar.'

Bonkefeart. Tijdstip: 18.45. Afgelegde kilometers: 200! Moraalmeter: 100%
Ik rijd achter Bauke aan en maak de bocht naar rechts, de Bonkefeart op. Heilig ijs berijd ik nu, besef ik me. Van Benthem, Angenent, Paping, van der Berg, allen hebben ze hier de bocht naar rechts gemaakt en hebben hier de heldenstatus verworven. De finish is in zicht. Ik kom omhoog en schaats langzamer, om er nog even extra van te genieten, de laatste meters. Hier heb ik het allemaal voor gedaan...
Ik ben vanaf Bartlehiem echt nog tig-keer in een scheur gereden en ben ook tig-keer zo vaak bijna gevallen, maar het was 't meer dan waard. Voldoening, voel ik nu, koppelt zich aan elke bloedcel in m'n lijf. 
twitter_120#BRILJANT DIT!


Links van me zie ik Aernout z'n schaatsen uit doen.
‘Hé, Aernout!' Enthousiast schreeuw ik  de woorden naar ‘m toe.
‘Hé Jan, jonge! Gefeliciteerd, man!' Satisfactie en trots, ze schijnen door z'n ogen heen. Het raakt me.
‘Ja, jij ook!'
We lachen naar elkaar.
‘...Wat een top vent!...' denk ik bij mezelf terwijl ik doorschaats naar de finishlijn.
Er hebben zich wel 200 mensen verzameld op de Bonkefeart. Allemaal vrienden en familieleden die hun naaste een hart onder de riem willen steken. Ik hoor allemaal applaus. ‘...Je wordt hier gewoon als held binnen gehaald. 't Is net echt. Ha ha...'
Ik zie de 'van der Graafjes' al staan, vijf meter voor de finish. Theunis en Gerrie, beiden met een brede lach op het gezicht. Nog twintig meter, nog tien, nog vijf... Ahhh!!!... '...Gelukkig... Binnen...'  Ik vlieg Theunis recht in de armen. Hij vangt me op en omarmd me alsof ik z'n eigen ben.
‘Ik moet nog wel even door de finish, jongens.' Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn, Jolanda's geintjes zijn snel gemaakt. Jolanda: ‘Ja, maar je bent níet over de finishlijn geschaatst, Jan, dus eigenlijk heb je heb hem niet gereden, de Elfstedentocht.'
Ik schaats (strompel) over de finish en rij meteen door naar de kant. Ik wil zitten, ben verrot! Nog één meter van de kant verwijderd, belt Aernout me op. Ik neem op.
‘Met Jan.'
‘O man, Jan, wat geweldig dit, hè!'
Ik plof neer op de kant en zeg: ‘Nou Aernout, ik zit op dit moment nog niet zo in die euforische stemming, hoor. Ben net binnen, man, ha ha. Ben verrot! Te leeg om vrolijk te zijn...'
Aernout lacht, we spreken af dat we elkaar de volgende dag bellen.
Goh, wat zit ik lekker. Ik vraag aan Theunis of-ie wellicht m'n schaatsen uit wil doen. Hij stemt in.
‘Wie was dat?' vraagt Bauke.
‘Dat was Aernout, hij heeft de tocht met z'n broer geschaatst.'
Bauke lacht: ‘Moai.'
Ik kijk Bauke aan. Dat ik de tocht nu ook met een broer heb geschaatst, zoals ik vanochtend even had gewenst, is een te romantische voorstelling van zaken. Maar dat ik mijn Elfsteden-compagnon broederlijke liefde toedraag is dat niet. Het is perfect gegaan vandaag, ik had het niet anders willen hebben. ‘...It is moai, sa!...'
Ik voel de schaatsen van m'n voeten afgetrokken worden en voel het bloed zich een weg vinden naar mijn voeten. Pijn, dat is het enige wat ik voel. Maar dat is niet erg, ik mag er nu aan toegeven...


finishfoto_elfstedentocht_400


elfsteden-kruisje


Met vriendelijke groet,

Jan Hospes


PS Zo ziet pijn na een Elfstedentocht er uit. Veel kijkplezier!
http://www.youtube.com/watch?v=aVH-rSOuYTA


Bij deze wil ik nog even bedanken:
- Alle vrijwilligers, en alle ouders van de Elfstedenroedel die op het traject klaar stonden met eten en drinken. Jullie waren van grote waarde.
- Theunis & Gerrie.
- Bauke.
- Omrop Fryslân - Geert en Jaantje!
- Mijn broeders van het Elfstedenpact - toch vrienden voor het leven! Of in ieder geval Facebookvrienden voor het leven.;)
- Aernout - een motivator om te schaatsen.
- Klaas Jan & Cindy.
-Jo, de kids en m'n ouders.


- Alle mensen die de Elfstedenroute ook hebben geschaatst. Van harte.
-Marco Lubbers, voor alle prachtige foto's die je hebt gemaakt, jonge! Super!







Meer schrijfwerk

Share |