Jan Hospes

Wie was de Massimilliano Lelli van Thomas Dekker?

david_millar_400Ik heb net het boek ‘Koersen in het duister’ dichtgeklapt, geschreven door de van een schorsing terug gekomen én gedreven wielrenner, David Millar. Pracht boek. Ja, aanradertje.  Millar werd op 24 juni 2004 opgepakt door de gendarmerie, twee lege spuiten EPO, gevonden in z’n huis in Biarritz, waren genoeg bewijsmateriaal om Millar aan te houden en hem te doen zwichten. Bekennen voelde achteraf als een opluchting, zo schreef hij in z’n autobiografie. Na Millar’s bekentenis volgde een schorsing van twee jaar, een periode waarin hij tijd had voor bezinning, introspectie. Nou ja, de bezinningsperiode begon met een proloog bier drinken en sigaretten roken, valse start, maar na verloop van tijd zag hij het licht. Daarna waren al Millar’s handelingen, zowel fysiek als mentaal, gericht op een comeback. Ja, Millar was eruit: hij zou terugkomen als wielrenner. Na z’n schorsing zou hij zijn idealen gaan uitdragen: wielrennen om de liefde voor de sport én strijden voor een ‘clean’ peloton. Het is een fascinerend geschreven boek. Millar geeft duidelijk aan hoe je als beginnend wielrenner langzaamaan onderdeel wordt van een ‘ziek’ apparaat. Eigenlijk zijn er maar twee belangen: 1. teameigenaars willen een sponsor, 2. een sponsor wil prestaties. En wanneer je een positie bekleed als  ‘kopman’ in een wielerteam dan worden deze twee ogenschijnlijk simpele belangen snoeihard en zonder moreel besef tegen je uitgespeeld.  david_millar_2004_dauphine_libere_400Geen ontkomen aan. Daarbij is het prettig dat Millar namen noemt, de  werkwijze duidelijk maakt  - wanneer wordt dopinggebruik voor het eerst voorgesteld, waar wordt EPO vandaan gehaald en hoe breng je het in – en berouw toont. Ja, Millar toont berouw, is hard voor zichzelf. Geeft zichzelf op z’n sodeflikker. Niemand anders behalve hijzélf had ingestemd met het gebruik van EPO, zo stelt hij. En dus klaar. Basta! Een verademing.
Hoe anders was het gevoel toen ik het boek ‘Schoon genoeg’ van Thomas Dekker dicht had geklapt - net nadat ik z’n tv-documentaire met dezelfde titel had gezien. thomas_dekker_2_400_01Ik kon me namelijk destijds niet aan het idee onttrekken dat Dekker eigenlijk, diep in zijn hart, vond dat hij, ondanks dat hij positief was bevonden, onschuldig was. Er werd in het peloton immers wel meer gebruikt, sterker: het merendeel gebruikte, dus waar deden de mensen moeilijk over. Hypocriet, vond hij dat.
Dekker sprak tijdens tv-interviews in die tijd (Dekker begon ten tijde van zijn comeback een heus ‘media charme offensief’) wel de juiste, sociaal wenselijke, woorden, gebruikte woorden als ‘spijt’ en ‘slecht’, maar kon dit niet met lichaamstaal bekrachtigen. Onverschillig kwam hij over, ’n tikkeltje hautain. Niet als iemand die het moeilijk had, als iemand die diep door het stof ging omdat-ie zich schaamde.
Dekker weigerde namen te noemen, werkwijze duidelijk te maken, de rol van Rabobank in deze te verduidelijken en het boetekleed helemáal aan te trekken. Daarbij vond Dekker journalisten die hem te kritisch ondervraagden maar overdreven. Parasieten waren het, je zag ‘t ‘m denken  – hij had toch geen moord begaan? Twee compleet verschillende manieren van handelen dus. De één, Millar, was na zijn bekentenissen free of mind, de ander, Dekker, droeg na z’n confessie eigenlijk nog steeds allerlei geheimen met zich mee, was nog steeds bevangen door de omerta.
In Koersen in het duister noemt Millar z’n teamgenoot, L’Ecuipier (wielerblad ‘Wieler Revue’ wist mijlelli te vertellen dat dit Massimilliano Lelli moet zijn geweest), als degene die hem wegwijs heeft gemaakt in de wereld van EPO. ‘Wie is dit eigenlijk bij Dekker?’ vroeg ik mij daarop af. Wie heeft Dekker de geheimen en werking van ‘stimulerende middelen’ uitgelegd? Vele journalisten suggereerden dat Dekker z’n verblijf in Toscane en z’n contact met Checcini aldaar, er wat mee te maken moest hebben. Maar Dekker zelf wuifde dit in de tv-documentaire ‘Schoon genoeg’ weg. “Je moet het wat dit betreft dichter bij huis zoeken,” zo sprak hij.  En toen ging bij mij het radertje sneller draaien. Wie was de Massimilliano Lelli van Dekker, wie zou het kunnen zijn? Dit was de enige vraag die mij nog bezig hield. Om antwoord te krijgen somde ik alle informatie die ik had op: dichter bij huis, L’Ecuipier, omerta, kamergenoot, mentor. Plots viel alles samen. Ik werd stil. Ik kwam tot een voor mij werkelijk onthutsende conclusie. M'n gevolgtrekking hardop uitspreken durfde ik zelfs niet eens, zo schokkend. Hardop uitspreken ging te ver. Zulks deed je nu eenmaal niet bij één van ‘s Nederlands’ grootste wielrenners. Maar toch liet de gedachte dat MB, boogerdMichael Boogerd, Boogie, de enige Nederlandse renner die in de jaren ’90 in het hooggebergte met de gedrogeerde top wielrenners meekon én die jarenlang kamergenoot van Dekker is geweest, er iets mee te maken had, mij niet los. Ik geloof echt heilig in talent en snoeihard trainen, echt heilig, maar toch…
Wielrennen had gewoon de schijn tegen, en dus Boogerd ook. Ik kon ‘m niet meer op z’n mooie blauwe ogen geloven, hoe graag ik dat ook wilde.
Ik kijk nog één keer naar het kaft van Koersen in het duister en kijk naar Millar in z’n Garmin-shirt. Ik  kom tot de conclusie dat ik hém in ieder geval nog wél geloof. En dus geloof ik ook nog in wielrennen. Ja, wielrennen heeft nog toekomst. Gelukkig maar.
Millar en Dekker zijn nu teamgenoten (wat enigszins tegenstrijdig is, I know). Wellicht kan Millar eens in gesprek gaan met Dekker om hem voor te stellen om écht helemaal met een schone lei te beginnen (niet ‘Schoon Genoeg’ dus, Dekker), to come clean. Want als ik nu, anno 2012, aan Thomas Dekker denk, dan denk ik, in tegenstelling tot als met Millar, nog steeds niet aan de toekomst van het wielrennen. Nee, dan denk ik: ‘…Boogie?… Zou het kunnen?...’ 

Nogmaals: Koersen in het duister, aanrader! 


booger_dekker_400


 


 


 


 


 


 


 


 


 


 


 


 


 


 

Meer schrijfwerk

Share |