Jan Hospes

De Janse-schaal, erkenning voor het feit dat je 'bent'

keatsfreon_2012_400Peizerweg Groningen, augustus 2004

‘Zou je het willen doen, Jan?’ vroeg René Janse me toen hij me bij de Peizerweg te Groningen uitzette, een lange kaatsdag zat er weer op.  Ik stapte uit, keek hem aan en zei dat ik erover na zou gaan denken, maar ergens, diep in mijn hart, wist ik eigenlijk meteen het antwoord al: ik zou gaan toezeggen.


Groningen, 08-12-2011
Remco Campert, Hermann Hesse, Tommy Wieringa, Peter Buwalda, allen tillen ze weleens  een simpel ‘iets’ uit haar context en werken dit verder uit totdat dit ‘simpele iets’ de status bereikt dat het eigenlijk helemaal zo simpel niet meer is, of blijkt te zijn. Sterker: het wordt uniek. Een handcontact, een schouderklop, een geschreven woord, een gesproken woord, een niet gesproken woord, een vlug oogcontact, een enthousiaste verwelkoming, vul maar in...  Door deze techniek toe te passen proberen de schrijvers een mate van bewustwording te creëren bij de lezers, bij de mensen, om zo de somtijds harde wereld een stukje liefdevoller, dragelijker te maken. ‘Romantici’, zo worden de auteurs die deze techniek regelmatig gebruiken ook wel genoemd. Je houdt er van - of niet, een tussenweg is er niet. Ikzelf, ben iemand die tot de eerste categorie behoort, houd er wel van, zéker.

Ook in het dagelijks leven tracht ik te zoeken naar zaken die mijns inziens de moeite waard zijn om bij stil te staan, zaken die mijns inziens veel waarheid bevatten, ‘geluksmomenten’. Het kaatsen, een wereldje waarin ik veel heb vertoeft (en hopelijk nog veel ga vertoeven), is een 61263_106998856031017_4164970_n_400wereld vol met zulke momenten. Voorbeelden te over: geweldige op- of uitgeslagen ballen, waar urenlange intensieve trainingsarbeid aan vooraf is gegaan; de mentaal sterke kaatser, Cornelis Terpstra; de spanning die soms ontstaat door een samenloop van omstandigheden; het ‘scoreverloop en de altijd aanwezige belangen,  eer, onzekerheid, prijzengeld, ijdelheid’; de drukke, verbaal aanwezige kaatser of juist de stoïcijnse, de stille; de handschoen met die perfecte nap en dat perfecte leer; de tric-trac-situaties die in sommige wedstrijden ontstaan, en de daaropvolgende waardering van het publiek middels een applaus. Maar ook de minder kaats-gerelateerde zaken zijn vaak zéér de moeite waard: het schaterlachen van toeschouwers, de zon die op rustige wijze het kaatsen gade slaat of de bomen die een weerspiegeling zijn voor de schaal van Beaufort. ‘Op het kaatsveld is de wereld altijd een stukje mooier’.

Maar het meest uniek, is het simpele gegeven dat we het überhaupt mee mogen maken, dat we deel uit maken en mogen genieten van het ‘feest des levens’. Want hoe je het ook wendt of keert, het kaatsen is, hoe mooi ze ook is, maar een onderdeel van een veel groter geheel: het leven zelf.  En zo moet Marten Hiemstra, ‘de lytse, grutte man út Rie’, ook gedacht hebben toen hij op het idee kwam om een wisselschaal in het leven te roepen, een wisselschaal ter ere van de toeschouwer die met zijn of haar aanwezigheid over het gehele seizoen het kaatsen een enorme dienst heeft bewezen.
In een gesprek, ergens in augustus 2004 aan de bovenlijn tijdens de finale van een 1e klas-kaatspartij, maakte Hiemstra met rake woorden duidelijk wat zijn beweegredenen waren om tot dit initiatief te komen. Hiemstra: “Minsken prate altyd nei de tiid sa moai oer elkoar, Jan, at se al ferstoarn binne. Mar feitlik binne se dan te let. Dan komt de boadskip net oan by de minsken dy’t ’t it betreft. En dat moat just wol, snapst? En dus moat it oars, it moat no, no ’t se der noch binne. Jong en âld...”Ik keek naar de zichtbaar geëmotioneerde Hiemstra en wist genoeg. Z’n vader was ziek. Deze schaal was in het leven geroepen omdat Hiemstra had nagedacht over de fragiliteit van het leven, en over de invulling ervan door de mensen. Zijn conclusie was dat er nog wel het één-en-ander te verbeteren viel. En zo geschiedde. Hiemstra vond een medestander in René Janse, wiens vader, Andries Janse, ook ziek was - ziekte van Kahler - en samen werkten ze het plan, het geweldige mooie, warme en sympathieke plan, verder uit.
Op 11 september 2004 was het dan zover, de eerste toeschouwerswisselschaal werd uitgereikt. Nadat er afscheid was genomen van een aantal prominente kaatsers, een traditie in Mantgum, nam Hiemstra de microfoon in handen en begon hij zijn relaas. Woorden, recht uit het hart gesproken, werden via de boxen aan de wind gegeven en verplaatsten zich over het kaatsveld. En de woorden kwamen aan, de mensen voor het bestuurswagentje van Jacob Klaver werden namelijk geleidelijk aan stiller en stiller, en raakten steeds meer gefocust op wat Hiemstra te zeggen had. Hiemstra, normaal gesproken echt niet zo’n orator (“Ik meitsje, meist best witte, leaver wat mei myn hannen, Jan”), raakte hierdoor echter niet van z’n stuk en bleef in z’n rol. De mooiste vijf minuten van die zaterdag volgden daarna. Nadat Hiemstra duidelijk had gemaakt dat de prijs een dankgebaar was ‘ván de 1e klas-kaatsers, vóór de toeschouwers’ vroeg hij voor het overgaan tot de prijsuitreiking om één minuut stilte, omwille van de mensen die de kaatserij dat jaar waren ontvallen, of omwille van de mensen die ziek waren en er zodoende niet bij konden zijn. Een prachtig gebaar. Het publiek, gegrepen door Hiemstra’s woorden, gaf gehoor. En hoe. Een zéér indrukwekkende minuut stilte volgde. Muisstil was het op het kaatsveld in Mantgum, alle aanwezigen beseften dat ze deel uit maakten van een speciale gebeurtenis, en dat hun stilte er toe deed. Kaatsgeschiedenis werd er geschreven, begrepen ze.

Na deze prachtige geste ging Hiemstra met betraande ogen verder. “Bêste minsken, wy hienen hjoed wol tsien minsken nei foaren roppe kinnen, mar wy, de keatsers, ha besluten dat Andries Janse dyjinge is dy’t my rjocht de earste taskôgerswikselskaal ta komt. Andries Janse, jo meie wol efkes nei foaren komme.”

uitreiking_janseschaal_aan_andries_janse_400
Andries Janse, de man uit De Pein, de man die steevast met z’n wederhelft Gretha élk weekend de 1e klas-wedstrijden bezocht, kwam, ondersteund door zijn vrouw, langzaam naar voren gelopen en was zichtbaar ontroerd door het gebaar dat hem ten deel viel, en sprak om die reden dan ook woorden van dank bij het in het ontvangst nemen van de grote wisselschaal. Elke omstander op het veld sloeg het huldigingsproces gade en was stil. Men was ontdaan. Het was namelijk, beseften ze allen, nog maar zeer de vraag of de man die op dat moment de schaal in ontvangst nam, de opening van het nieuwe kaatsseizoen nog wel zou meemaken, want de ziekte van Kahler, zo wist menigeen, deed gerichte aanvallen op het lichaam van Janse. Het maakte van de prijsuitreiking een uiterst breekbaar moment.

Het jaar daarop, 11 maart 2005, stierf Andries Janse, man van Gretha en vader van Johnny, Eric en René. Inderdaad voor de opening van het kaatsseizoen, ze had simpelweg té lang op haar laten wachten. De geneugten van het ademhalen woog voor Andries Janse niet meer op tegen de pijn. Zelfs het prettige vooruitzicht van een naderend kaatsseizoen kon geen soelaas meer bieden. De strijd was gestreden, de fut was op. Op 61-jarige leeftijd overleed Andries Janse aan de gevolgen van de ziekte van Kahler. Een gemis voor zijn naasten en voor de (kaats)wereld…

Natuurlijk is het triest om te moeten schrijven over mensen die er niet meer zijn, maar gelukkig zijn er ook initiatieven, zoals de Janse-schaal, die de nagedachtenis aan deze dierbaren levend houdt. De Janse-wisselschaal wordt nog jaarlijks uitgereikt op de laatste 1e klas-partij in Mantgum. Precies zoals de ‘romantici’ Hiemstra en Janse het ooit bedoeld hebben.


 jan_speech_mantgum

Meer schrijfwerk

Share |