Jan Hospes

Cornelis Terpstra en het ‘klavertje vijf’

foto2_groot_01Ik weet het nog als de dag van gisteren. We schrijven Morra/Lioessens 1991, ein­de van het kaatsseizoen, CFK-afsluitdag. Ik legde als elfjarig jongetje mijn handen tegen de zijne en zag dat hij, waar mijn handen stopten, nog twee vingerkootjes overhad. Zijn handen waren groot, im­mens groot. Ondanks dat hij twee jaar jonger was dan ik, was hij fysiek al m’n meerdere. Zijn zus, Hepkje, schoon als altijd, lachte - ze had ’t me toch gezegd? Dit is het eerste dat me te binnenschiet als ik denk aan die grote, mooie kaatser, de godenzoon: Cornelis Terpstra.


Deel I: Het klavertje vier
De Freule
De zes jaar daaropvolgend raakte Terpstra bij mij uit beeld. Onze leeftijden lagen simpelweg te ver uit elkaar om tegen el­kaar uit te komen – geboortejaar Terpstra: 1982, ik 1980 -, we zaten niet bij elkaar in de lichting. Maar in 1997 kwam daar ver­andering in. Een fusie van KNKB en CFK in 1994 en een verandering van de leef­tijdsgrens, was daar de reden van. (Terp­stra was overigens in 1993 al overgestapt naar de KNKB. Hij had bij de CFK niet genoeg uitdaging gehad.)
Terpstra was een grote jongen geworden, zo werd mij verteld. Maar klakkeloos dit oordeel overnemen deed ik niet, ik wilde eerst met eigen ogen aanschouwen hoe goed hij was. Maar al snel werd me dui­delijk dat Terpstra’s vooruit gesnelde re­putatie op waarheid berustte. Samen met z´n maten Wouter Jan de Roos en Jacob Wassenaar won hij voor Minnertsga velecornelis_jong_400 afdelingswedstrijden in de jongenscate­gorie. Het was opvallend dat Terpstra als eerstejaars al de motor van het partuur was. Voor best op en achterin. Terpstra kon in z’n eentje wedstrijden beslissen. Met name op de spannende momenten was hij subliem, een killer.
Werd eerder in het seizoen ’97 in Win­sum het NK al aan de zegekar geregen, op 6 augustus moest het in Wommels écht gebeuren. De Freule stond op het programma. En Terpstra besefte, wilde hij zijn belofte inlossen, dat deze wedstrijd aan zijn palmares toegevoegd zou moeten worden. Verlies in het eerste jaar zou op zich geen schande zijn, immers er zouden nog twee kansen volgen en daarvan zou Terpstra er zéker één van hebben gepakt, maar je merkte aan alles dat de jonge Minnertsgaaster de klus meteen geklaard wilde hebben.


Hadden andere afdelingen - Witmarsum, Wommels, Rauwerd – door het ontbre­ken van Jacob Wassenaar (hij had het jaar ervoor de Freule al gewonnen en was zodoende uitgesloten van deelname) nog hoop dat ze op de Freuledag zelf nog wel kans zouden hebben tegen Minnertsga, niks was minder waar. Terpstra, samen met z’n maten Wouter Jan de Roos en Hielke Gosse Drijfhout (later Miedema), domineerde de dag. Zelden heeft een jongenskaatser zoveel indruk achter gela­ten als Terpstra die dag. Hors catégorie. Nu moet gezegd dat het winnende partuur deze editie van de Freule het lot mee had, de meeste parturen die het Minnertsga al het hele seizoen flink lastig hadden ge­maakt, ook af en toe hadden gewonnen, troffen elkaar al in de eerste omlopen. Minnertsga zou een van hen pas in de finale tegenkomen. Maar of een andere loting uiteindelijk ook een andere win­naar zou hebben opgeleverd? Ik denk het niet. Nee, daarvoor was Terpstra’s optre­den te indrukwekkend. Op alle fronten de beste – al kwam Daniël Iseger diezelfde dag zeer dichtbij.


kmb2000031_400De Jong Nederland
In 2002 kwam ik op de Jong Nederland (NK kaatsen voor junioren) uit voor Wezon ‘De Sterke Earm’ uit Groningen. Samen met m’n vrienden Klaas Jan van der Lei en Herman Vijlbrief wonnen we de eerste omloop van Sint Jacobiparochie, maar in de tweede omloop vonden we ons Waterloo. Tegenstander: Minnertsga. De droom om ooit met mijn vrienden de Jong Nederland te winnen was hardhandig door Terpstra (en een uitstekend uitslaan­de Wassenaar) de grond in geboord.
Na twee jaar jongenskaatsen diende Terpstra in 1999 een opmerkelijk voorstel in bij de KNKB. Hij vroeg dispensatie aan. Geen dispensatie om nog langer in de jongenscategorie uit te mogen komen, zoals meestentijds het geval is, nee, Terpstra vroeg juist of hij vervroegd over mocht naar de senioren. Terpstra was uitgekaatst, uitgeleerd bij zijn leeftijds­genoten, zo was z’n argumentatie. Zijn kaatsplezier zou te lijden hebben als hij nog langer in deze categorie uit zou moe­ten komen. En dat was ook zo. Terpstra had glansrijk het puntenklassement ge­wonnen en had geen uitdaging meer in de jongensklasse. De bond, wijs al ze was, stemde in met het verzoek van Terpstra. En zo kwam het dat Terpstra, eigenlijk te jong voor deze categorie, al in 1999 in de finale van het NK-junioren stond. Berli­kum, met een oppermachtige Auke van der Graaf in haar gelederen, zette Min­nerstga dat jaar de voet nog dwars, maar de toon was gezet. Het jaar daarop won Minnertsga, in dezelfde samenstelling als het jaar daarvoor – de Roos, Wassenaar en Terpstra – wél het NK-junioren, met Terpstra als grote man.

In 2001 ontbrak Terpstra door een bles­sure op het NK-junioren. En zonder haar motor was Minnertsga een stuk makkelij­ker te verslaan. Berlikum wist het gat dat Terpstra achterliet op te vullen en won dat jaar het NK.

In 2002 was Terpstra echter weer zo fit als een hoentje en zette alles weer recht. Geen enkel partuur kwam in de buurt van Minnertsga, ze was oppermachtig. Aan het eind van de dag stonden de Roos, Wasse­naar en Terpstra wederom met de kransen om de nek voor de bondvoorzitter.

In 2003 mocht Terpstra’s trouwe kompaan Jacob Wassenaar niet meer deelnemen aan het NK-junioren. Terpstra had zo­doende dat jaar te weinig steun om een derde winst in de wacht te slepen. Een simpelweg completer Berlikum ging er met de winst vandoor. Maar ondanks dat Berlikum de winst had gepakt, sprak me­nigeen toch over Terpstra. Het feit dat hij blijkbaar zoveel kwaliteit herbergde dat hij in staat was om in z’n eentje tot een finale van een grote wedstrijd als het NK te geraken, was het gespreksonderwerp van de dag. Een prestatie van formaat. De Leeuwarder Courant kopte lovend: ‘Berlikum schrijft historie. Terpstra steelt show.’

In 2004 had Terpstra zo mogelijk nog minder steun in z’n partuur, maar de con­currentie had ook aanzienlijk aan kwali­teit ingeboet. En zo geschiedde dat Terp­stra, met wederom fenomenaal kaatsen, voor de derde keer het NK-junioren wist te winnen. Zodoende kon Terpstra na vijf deelnames de volgende cijfers overhandi­gen: vijf deelnames, vijf finales, drie maal winst! De cijfers spreken voor zich. Terp­stra en ‘De Junioren-bond’, een gelukkig huwelijk.


PC
De PC-loting op 29 juli 2002 had een spraakmakende lijst opgeleverd. Alle topparturen zaten onder in de lijst. De winnaar van de aankomende PC zou zéker uit dit onderste blok komen, zo was een ieders overtuiging. Er waren zelfs betrokkenen (waaronder topkaatser Douwe Groenendijk in een radiogesprek voor Omrop-Fryslân) die zich hardop afvroegen of de tijd niet rijp was om topparturen van te voren te ‘zetten’, aan de hand van een ranking, zoals bij tennis ook gebruikelijk was. Dit zou een mooiere wedstrijdlijst opleveren. Het publiek zou zo de grotepc_winst_400 winnaar zijn, zou zeker zijn van mooie, spannende wedstrijden aan het eind van de dag, en dat was met deze loting maar de vraag. Maar o wee, wat werden deze misplaatste en hautaine woorden gelogenstraft. De 149e  PC is namelijk de ge- schiedenisboeken ingegaan als één van de mooiste ooit. Als de dag waarop Terpstra zich voor eens en voor altijd tussen de kaatselite plaatste.


Terpstra, die met Rutmer van der Meer en Jacob Wassenaar een partuur vormde, had nummer drie geloot en wist meteen dat er kansen lagen. In ieder geval was er kans op een prijs. Terpstra zat met z’n maten in het gunstige blok, bovenin. De woensdag daarop verliep dan ook zoals verwacht. De eerste twee omlopen werden relatief gemakkelijk gewonnen. Maar in de halve finale stokte het. Partuur van der Meer leek maar geen poot aan de grond te krijgen tegen partuur nummer zeven, Johan Abma, Tjitte Bonnema en Daniël Iseger. Uiteindelijk kwamen ze zelfs met 4-5 0-6 achter te staan. ‘Op ‘e dea,’ hoorde je fluisteren op de tribunes. Maar toen gebeurde het. Hét Terpstra-moment, als je het mij vraagt. Een schoolvoorbeeld van perfect tactisch handelen. Terpstra kreeg een ingeving en handelde daarnaar. Hij overlegde met Wassenaar, deed z’n hand­schoen aan en stapte vervolgens resoluut het voorperk in. ‘Kom maar!’ zo scheen hij te willen uitstralen. Abma, toch niet de minste op PC-dagen, was geïmponeerd geraakt door Terpstra’s actie, raakte totaal van slag door deze plotselinge positiewis­seling en miste daardoor driemaal het perk. En toen, op 4-5 6-6, maakte Terpstra het af. Hij kreeg de bal voorin en op zijn beurt sloegcornelis_pc_2003_400 Terpstra met z’n hele heb­ben en houden tegen de bal. Zelden heeft iemand zo hard tegen een bal geslagen. Snoeihard vloog de bal diagonaal Terp­stra’s handschoen uit. De bal vloog tussen Iseger en Abma door en ook Bonnema, die de bovenlijn bewaakte, kon niet meer bij de bal. De bal stuitte over de lijn. Boven! 5-5! De wedstrijd lag weer open. Of nee, de wedstrijd was gespeeld! Abma cs. kwam deze mentale klap namelijk niet meer te boven. Van der Meer cs. won de wedstrijd, met 5-5 6-2. Het was dáár, op dát moment, het moment waarop Terpstra het voorperk instapte, waar hij mijns inziens de PC-winst heeft binnen gehaald. Want de finale die volgde werd een demonstratiepartij. Wassenaar en Terpstra sloegen werkelijk elke bal die op het perk werd afgevuurd, boven. De vedettes van het vooraf beter geachte partuur – Minnesma, Zittema en Feenstra – kwamen er niet aan te pas: 5-1 was de eindstand. Weggeveegd. De eerste PC-overwinning van Terpstra was een feit.

NK Senioren
‘Elk nadeel heb z’n voordeel’ is een bekende Cruijffiaanse uitspraak die vaak op vele situaties van toepassing is, zo ook voor KV Minnertsga in 2003, maar dan omgekeerd: elk voordeel heb z’n nadeel. De vereniging had als voordeel dat ze vier hoofdklas­sekaatsers tot haar beschikking had voor het aankomende NK, een goed partuur zou zéker geformeerd kunnen worden. Nadeel van dit gegeven was echter dat er ook iemand moest afvallen. Iemand zou een sportieve teleurstelling voor de kiezen krijgen. Dat drie van de vier kaatsers ook nog neven van elkaar waren maakte de situatie helemaal precair.
cornelis_terpstra_nk_2003_400_01In 2001 won Minnertsga in de samenstel­ling Klaas Anne Terpstra, Jacob Wassenaar en Chris Wassenaar na dertig jaar ein­delijk weer eens het NK. Het jaar daarop echter konden ze het niet bolwerken, de vierde plek bleek het hoogst haalbare. En zo ontstond er binnen de vereniging de discussie of het ook anders moest. Daar­uit voortvloeiend ontstond de vraag: wie moet er mee naar het NK? Jacob Wasse­naar of Cornelis Terpstra? K. A. Terpstra (opslager) en C. Wassenaar (achterinse) waren zeker van hun plek, een voorinse werd nog gezocht. En als op functie gese­lecteerd zou worden dan zou logischer­wijs J. Wassenaar daar eerder voor in aan­merking komen - dit had ook de voorkeur van belangrijke man Chris Wassenaar, hij wilde liever met z’n broer kaatsen. Echter gingen er binnen de vereniging ook stem­men op om Terpstra mee te nemen. Wat de zaak helemaal gevoelig maakte was dat de vader van Terpstra destijds voorzitter was van de vereniging. Allerlei familiaire belangen dus. Om geen scheve gezich­ten binnen de vereniging te krijgen, wat praktisch onmogelijk is in zulke situaties, besloot men om een technische commis­sie in het leven te roepen. Zij zou de keuze maken welke kaatser de derde vacante positie zou gaan opvullen. Zo zou er ob­jectief een juiste keuze gemaakt kunnen worden. Vrij kort voor de bond viel het besluit. Cornelis Terpstra werd de (gele­genheids)voorinse van Minnertsga. Er was gekozen voor ‘de man in vorm’, zo werd als bewijsgrond aangedragen.


Minnertsga kaatste sterk deze tweede Pinksterdag en reikte vrij overtuigend tot aan de finale. In kmb2030011_400het andere blok had een zeer sterk kaatsend Groningen de laatste twee bereikt. De finale die volgde was er een van ongekende schoonheid. Beide parturen haalden een absurd hoog niveau. Een 5-5 eindstand was, zo voelde ieder­een, onvermijdelijk. Ongekend spannend. Maar aan elke wedstrijd komt een eind, zo ook deze. Op 5-5 en 6-4 kwam de bal bij Terpstra terecht. En wederom bewees hij, op de nog jonge leeftijd van eenentwintig, dat hij op deze spannende momenten mentaal ijzersterk was. Met een boven­slag maakte Terpstra een einde aan de partij en vervulde hij zijn doel, zijn levenslot: het ‘klavertje vier’.


Op 21 september 2006 kwam er abrupt een (voorlopig) einde aan de kaatscarrière van Cornelis Terpstra. Na een zwaar on­geluk bij het kitesurfen, een nieuwe passie van Terpstra, had zijn knie zeer ernstig letsel opgelopen. Diezelfde avond werd hij nog geopereerd. Het was maar de vraag of alles voorspoedig zou verlopen. Zelfs het woord amputatie is die avond geval­len. De kaatswereld reageerde geschokt. Ikzelf? Ik was er stil van. Na de operatie bleek dat kaatsen op topniveau niet meer mogelijk was. Stoppen was het devies. En zo geschiedde.

Deel II: De rentree
fot5481bangmapartij290412_400_02Vijf jaar was het stil rondom Terpstra. Eén keer trof ik hem nog op de PC, hij ver­richtte daar werkzaamheden als analist voor de radio, maar verder heb ik hem er niet gezien, daar op het hillige Sjûkelân. Het moet teveel pijn hebben gedaan, is mijn veronderstelling. De mythevorming rond de kaatser Terpstra nam door z’n afwezigheid snel grootse vormen aan. ‘Hij was, zonder die blessure, één van de aller­grootsten geworden,’ was een veel voor­komende uitspraak. ‘Hij heeft nooit een toppartuur gehad, hè, en toch hebben we het over hem. Zo goed was-ie!’ sprak van der Lei, fan van het eerste uur, vaak te­gen me. Voor een deel was ik het ook wel met m’n Kimswerder vriend eens. maar toch meende ik de laatste actieve jaren bij Terpstra al een soort van verzadiging te bespeuren. Hij was minder gretig, scheen minder van het spelletje te genieten. Tuurlijk, voor de grote wedstrijden hoefde hij zich niet op te laden, maar de andere partijen werden soms als plichtpleging af­gedaan. De ware liefde voor het spelletje, zo leek het, was bekoeld. Hij kwam waar­schijnlijk ook niet voor niks bij z’n nieuwe hobby, het kiten, terecht. En hoe raar het ook mag klinken, die vreselijke blessure heeft volgens mij Terpstra wel weer doen beseffen hoe mooi hij het kaatsspelletje ook alweer vond.


Na zijn operatie is Terpstra snoeihard gaan trainen en werken aan z’n herstel. U moet zich voorstellen dat dit begint met een teen bewegen, daarna een voet, daar­na het onderbeen, winnaars_400daarna het hele been om vervolgens te kijken waar het eindigt. Maar dat is het mooie aan Terpstra, die denkt niet in termen als eindigen. The sky is the limit. In 2011 kreeg ik een berichtje van Karel Nijman: “Hij gaat weer spelen, Jan. In Menaldum.” Terpstra, die vijf jaar lang niet meer aan een officiële KNKB-wedstrijd had deelgenomen, had besloten om weer eens een wedstrijdje mee te pak­ken. Het onmogelijke te doen. Ik kreeg er een lach van op m’n gezicht. Samen met z’n vrienden Louwrents Reitsma en Kor Kingma kaatste Terpstra, vijf jaar sportel­lende van zich af. Met een glimlach op z’n gezicht nam hij op het eind van de dag ‘de haag’ in ontvangst. Het smaakte naar meer. Terpstra domineerde de 2e klas-wedstrijden waaraan hij deelnam en werd al snel gevraagd om in te vallen, op de hoofdklasse, in Minnertsga. Daar waar het allemaal begonnen was. Het duurde maar één omloop, deze wedstrijd kwam te vroeg. Bij de pakken neerzitten deed Terpstra echter niet. Nee, hij ging nog meer trainen. Speedladdertje erbij en z’n voetenwerk verbeteren, want daar kon nog winst gepakt worden, zo besefte hij.


Weidum, de traditionele start van het sei­zoen, in 2012 was de mooiste opening van het seizoen die ik ooit heb meegemaakt. Niet omdat wijzelf zo goed presteerden - wij waren na de eerste omloop ‘dag’, wat overigens een traditie is in Weidum - maar omdat Cornelis Terpstra er na z’n comeback de eerste hoofdklassewedstrijd op z’n naam schreef. Samen met Daniël Iseger en Hendrik Tolsma wist hij voor Goutum de wedstrijd te winnen. Een kroon op z’n harde revalidatiewerk. Ik heb deze dag Terpstra goed in de gaten gehouden. Hij stond er goed op, had iets mystieks over zich.


pc_winst_terpstra_wassenaar_en_v.d._meer_400Maar de ‘echte’ kroon op het werk moet natuurlijk nog volgen. Want Terpstra heeft nooit een officieel afscheid gekregen op het Sjûkelân. En dat is natuurlijk wel waar een groot kaatser als Terpstra af­scheid dient te nemen van de kaatssport. En hij zélf dient te bepalen wanneer dit is, en niet iemand anders. Ik denk dat 2013 het jaar is waarop Terpstra z’n rentree gaat maken op het Sjûkelân. En ik, ik zal op het moment waarop hij het veld be­treedt de longen uit m’n lijf schreeuwen, en m’n handen kapot klappen. Daarbij zal ik één ieder die dit niet doet aansporen om hetzelfde te doen. Dat is namelijk wat Cornelis Terpstra verdient. De weg die hij heeft bewandeld, is namelijk lang ge­weest, héél erg lang. En alleen daarvoor al, dien je een diepe buiging te maken. Een héle diepe buiging.


PS Hierboven staand verhaal is geschreven voor kaatsblad De Keatsfreon. Voor nog meer mooie verhalen kunt u De Keatsfreon bestellen via j.metselaar6@chello.nl.   


 

Meer schrijfwerk

Share |