Jan Hospes

OERRÛN!!

Van Morisson’s  Brown Eyed Girl schalt door de boxen terwijl we over de Froonackerdyk rijden. We zijn op weg naar Franeker, naar de PC. trfrfrk135_400Ik ga samen met Johannes Koldijk en Pieter Hofstee, twee kaatsliefhebbers van kaatsvereniging De Lege Geaën. Johannes heeft me uitgenodigd: “Moatst no mar in kear mei, Jan. Bist no âld genôch.” Ik heb geen idee waarop ik ‘ja’ heb gezegd, ben onwetend. De PC? Het zegt me niets. Ik heb de term weleens horen vallen op het kaatsveld en op de radio maar een heel helder beeld heb ik er niet bij. Ik leef in de veronderstelling dat ik naar een ‘iets’ grotere kaatswedstrijd ga kijken dan de CFK-Bondswedstrijd die ik eerder dit jaar heb aanschouwd -  te Tzum -  waar in mijn beleving ook al heel veel mensen aanwezig waren.

In de auto valt vaak de naam Piet Jetze Faber. Deze man schijnt een fenomeen te zijn, maak ik op uit het gesprek dat voorin wordt gevoerd. M’n gedachten gaan met me op de loop en ik fantaseer
over een enorme grote gespierde atleet, een soort Ben Johnson, Dan Jansen of Carl Lewis, een kaatser in ieder geval die élke bal boven slaat. Faber kaatst vandaag zijn laatste PC en zal zodoende erg scherp zijn. Hij zal waarschijnlijk met z’n partuurmaten Coos Veltman en André Tolsma aan het langste eind trekken, is de conclusie van de stuurlui voorin. Ik besluit om deze Faber vandaag nauwlettend in de gaten te houden en kijk weer naar buiten. Ik vind het refrein van Brown Eyed Girl mooi, vrolijk.

Ik haal de rugzak van m’n schouders en ga op de grond zitten voor de banken, aan de rechterkant van de boven die deze keer aan de Sjaardemastrjitte ligt. Een bank- of tribunekaart heb ik niet maar ik mocht van een aantal vriendelijke mensen wel voor hen gaan zitten. En dus zit ik eerste rang, kort op ’t veld. Terwijl ik het eerste broodje tot me neem zie ik dat een aantal kaatsers al aan het inslaan is, ‘baltsje ferdriuwe’. Ik kijk naar de lijst die ik net in m’n handen gedrukt heb gekregen en leer snel wat namen uit m’n hoofd: Klaas Berkenpas, Leo Leeuwen, Reinder Triemstra, Henk Vlietstra, Johannes van Dijk. Een eitje. En goh, wat zijn er veel mensen. Ik had echt niet bevroed dat kaatsen zó groot kon zijn. Dit is wel degelijk iets anders dan die CFK-wedstrijd waar ik in juni naar toe ben geweest. Het besluit om uiteindelijk een KNKB-kaatser te worden is dan ook eigenlijk al gemaakt. Dít is wat ik wil: de PC!

De opening

Het Frysk Folksliet wordt ingezet door het Stedelijk Muziekkorps Harmonie en wordt daarna uit volle borst meegezongen door alle aanwezigen. Ik ben overdonderd. Kippenvel siert mijn hele lijf. Als er een hemel op aarde  bestaat, dan ben ik daar nu aanwezig. De Permanente Commissie neemt daarna plaats in de witte koepeltent en het voorstellen van de eerste twaalf matadors  kan beginnen.  Een prachtig schouwspel. Eén voor één stappen de kaatsers naar voren en steken hun kmkp030038_400hand omhoog om zo het publiek te begroeten. Ik kijk naar Johannes van Dijk, want voor hem applaudisseert iedereen - zo lijkt het althans - harder dan voor de anderen,  hoewel het klappen voor Leo Leeuwen dichtbij komt.  Een imposante verschijning, die van Dijk. Hij lijkt qua bouw op de atleet waarover ik vanmorgen in de auto fantaseerde. Gespierde bovenbenen, een paar geblokte schouders en een enorme zelfverzekerde uitstraling. Als de laatste kaatser is voorgesteld nemen de keurmeesters hun plekken in en het publiek gaat zitten. De kaatsers slaan nog even wat in, wat ik adembenemend mooi vind om te zien. Ik verwonder me over het gemak waarmee de mannen vanuit het perk de ballen over de boven slaan. Het lijkt hen werkelijk geen enkele moeite te kosten. Ze slaan heel ontspannen, valt me op. Ik moet nog flink aan m’n techniek werken, realiseer ik me en besluit dat vanavond meteen te gaan doen. “Los, mannen!” hoor ik scheidsrechter Hellinga roepen. Klaas Berkenpas steekt z’n hand omhoog, neemt z’n aanloop naar het opslagvak en vuurt de eerste opslagbal van de dag  richting het perk Tetman de Boer/ Johannes Dijkstra. De PC is begûn!

Piet Jetze Faber
“Piet Jetze Faber! Vrouwenparochie!” De spreekstalmeester van de PC introduceert de man om wie het vandaag eigenlijk allemaal draait - althans in mijn ogen - en doet dit, het belang prima aanvoelend, met iets meer beleving dan bij de vorige kaatsers. Ik heb alle wedstrijden van de eerste omloop gezien, heb m’n ogen uitgekeken, bovenslagen, skroeiers , alles. Niets ten nadele van alle andere kaatsers die ik tot nu toe heb aanschouwd, maar dit is toch wel het moment waarnaar ik het meest heb uitgekeken: Piet Jetze Faber in levende lijve zien kaatsen. Faber stapt naar voren in een prachtig geel-blauw tenue met een grote ‘F’ (Friesland Bank) op z’n borststreek en steekt z’n arm omhoog. Het publiek  heeft lang moeten wachten op dit moment want Faber had tijdens de loting nummer 16 toebedeeld gekregen. Men begroet de man uit Vrouwenparochie met een ovationeel applaus. Opgespaarde energie. Wat mij het eerste opvalt aan Faber is dat hij eigenlijk  best wel heel erg klein is. Dat verbaast me. Is dit nu de man waar iedereen het over heeft? Is dit nu de man die bovenaan in het PC klassement aller tijden staat? In mijn ogen kan dit helemaal niet. Nee, dit postuur past totaal niet bij het beeld dat ik heb van een alleskunner. Maar goed, Faber zal niet voor niets zo’n grote naam zijn in de kaatswereld, denk ik en dus besluit ik hem eerst maar een kans te geven.


Wat me na een paar eersten al duidelijk is, Faber kaatst niet heel erg spectaculair zoals bijvoorbeeld van Dijk, Porte en Bleeker wel doen. Nee, Faber kaatst solide. Super solide. Maakt bijna geen fouten. Laat bijna niets zitten. Een mooie bal, ja, die is weg. Maar voor de rest blijft de man uit Vrouwenparochie eigenlijk gewoon dicht bij de essentie van het kaatsen. Hij slaat kaatsen en slaat ze, vaak op tactische wijze, voorbij. Ook straalt Faber veel rust uit. Wat de stand ook is, hij oogt sereen. De eerste omloop wordt vrij vlot gewonnen van Siepie Attema, Johan van der Molen en Johan Sjoers. 2-5 0-6. Faber schudt handen met de verliezers en loopt redelijk kalm met z’n maten het veld af. De kop is eraf.


Na de eerste omloop zie ik in de tweede omloop het eersteklas partuur van Jurjen Dijkstra (met zakdoek), Tjerk de Groot en Cornelis Punter nog verassend winnen van de Okkinga’s en Schurer. kmaf140018_400Maar daarna verlaat ik het PC-terrein. Het is tijd voor iets eetbaars, tijd voor een kroket en frites. Johannes neemt me mee naar Pépé, een klein smûk snacktentje dat vlak achter de tribune staat.


PC ’91, tweede omloop
Het is smoordruk bij Pépé, ik wacht in totaal bijna een half uur alvorens ik het eten daadwerkelijk in m’n handen gedrukt krijg. Maar goed, mij hoor je niet klagen. Patat. Ik werk de snacks snel naar binnen want ik wil op jacht naar kaatsballen. Ik heb bij Pépé net te horen gekregen dat als je de kaatsballen die over de tribune worden geslagen in bezit krijgt, je die mag houden. Nou, dat is wel even de moeite waard om voor te gaan zweten, vind ik. Een kaatsbal kost immers al snel vijftien gulden en zoveel zakgeld krijg ik niet als elfjarige.  Vier minuten later sta ik dan ook daadwerkelijk klaar: op m’n voorvoetjes, met de handen op m’n licht gebogen knieën en de ogen naar boven gericht. In afwachting van de eerste bal die over de tribune heen wordt geslagen. Er vól op afvliegen, dat is het plan. Na tien minuten jacht is m’n conclusie dat ik snel ben, maar ook licht. Tè licht. Elke keer als ik in de buurt van de bal kom, word ik middels een schouderduw opzij gewerkt. Ik heb dan ook geen enkele bal te pakken weten te krijgen, maar ik besluit net zolang door te gaan totdat ik er wel een heb.

 “Wy moatte der hinne jonge! It stiet 5-5! ’t Is spannend!” Door een passerende man hoor ik die woorden naast me uitgesproken worden, uitgeschreeuwd bijna. Hij spreekt z’n vriend aan die in gesprek is met een bekende. Het zorgt bij mij voor verwarring. Mijn doelstelling:  een bal scoren, is nog niet behaald maar ik wil eigenlijk de wedstrijd van Faber, of het einde daarvan, ook nog wel even zien. Blijkbaar heeft hij het lastig.  Ik besluit daarom het ‘ballen pakken’ te laten voor wat het is en ren snel naar de Bogt-ingang. Ik loop naar m’n plekje toe voor de banken maar merk dat dat inmiddels is ingenomen door een aantal andere kinderen. Ik pas er niet meer bij. Ik probeer wel tussen de banken door zo dicht mogelijk bij het veld te komen maar achter twee oudere mannen moet ik stop houden. Ze staan half gehurkt voor me, achter de kwaadpaal. Ze zitten zó in de wedstrijd dat ik niet durf te vragen of ik vóór hen mag gaan staan. “5-5 6-6” Hoor ik ze zeggen. Het wordt stil om het veld. Muisstil. Ik vind de stilte ontzettend indrukwekkend. Alle toeschouwers hebben hun ogen gericht op één man: Joop Bierma.  De man uit Sint Jacobiparochie is de opslager die deze bal onder immense druk moet opslaan. Ik vind het spannend en vraag me af of Bierma dat ook vindt. Ik denk van niet want hij oogt redelijk stoïcijns. Bierma begint langzaam aan z’n aanloop, versnelt richting het opslagvak.  Zet, daar eenmaal op volle snelheid aangekomen, z’n standbeen vól op slot en vuurt de bal met een werkelijk on-ge-lo-fe-lij-ke rotgang  op het perk af. “Best op”, hoor ik mijn buurman zachtjes zeggen. Zijn buurvrouw beaamt dit middels een knikje. Ik volg de bal, zie hem richting het perk gaan. Maar dan, dan ineens…. zie ik werkelijk helemaal níets meer. M’n zicht wordt me compleet ontnomen. Hoe dat komt? De twee mannen die gehurkt voor me zaten konden de spanning niet meer aan. Om niets te hoeven missen zijn ze gaan staan maar hiermee belemmeren ze compleet mijn uitzicht. Ik baal, deze ruggen zijn niet zaligmakend. Ik wil het kaatsen zien.


Heylaaaaaah!!!”  Ik hoor geschreeuw. Geschreeuw vanaf het veld, geschreeuw vanaf de banken en geschreeuw vanaf de tribune. Wat is er gebeurd? Ik kijk naar de mensen om me heen. Ze kijken omhoog, naar de bal. Ik kijk in diezelfde richting en krijg de bal ook weer in het vizier. Gelukkig. De bal is hoog. Hij is… hij is…   boven! Het applaus, gejuich en geschreeuw op de tribunes zwelt aan.
Wie? Hoe? Goh, wat baal ik ervan dat ik de actie in het perk van deze slag niet heb gezien. Wie heeft de bal boven geslagen? Faber of Tolsma? En hoe? Ik wil het weten. Al snel krijg ik antwoord. Van een man die rechts van me staat, hoewel niet bewust. “Goh, wat in geweldenaar, ju, dy Faber.  Ik vraag hem: “Wat gebeurde der? Ik koe it net sjen.”  De man kijkt me aan en zegt dan: “Dan hast in legindaryske slach mist, jonkje. Piet Jetze Faber sloech de bal, in tuskenynse bal, springendewei boppe.”


Ik baal als een stekker dat ik deze actie van Faber niet heb kunnen aanschouwen maar ben wel blij met de uitslag. Ik dacht dat Faber cs. deze omloop wel makkelijk zouden winnen, want ze zouden immers vandaag sowieso winnen, maar ik besef me nu dat winst blijkbaar nooit vanzelfsprekend is. Een wijze les. Ik ben dankbaar dat ik de Vrouwbuurder nog een keer in actie kan zien en spreek met mezelf af dat ik vandaag geen slag meer van hem ga missen. 

Halve finale PC ’91, Seerden tegen Veltman
kmkp170032_400“5-5 6-6! Alwer!”  Achter mij worden de woorden vol ongeloof uitgesproken. Maar ik houd m’n ogen gericht op het veld, wil niets missen. Coos Veltman heeft net onder grote druk de stand op gelijke hoogte gebracht, op 5-5 6-4 plaatst hij een sublieme zitbal. Bleeker en van der Meer hebben geen antwoord op de platte bal die links van het perk wordt geslagen. En dus ‘Alles oan ‘e hang’. Dit is ook de enige stand die recht doet aan deze wedstrijd want al vanaf het begin weet geen van beide parturen afstand te nemen. Leken Veltman cs. tot tweemaal toe een vorentscheidung te maken op respectievelijk 2-3 en 4-5, de genadeklap uitdelen konden ze niet. Nee, Seerden cs. kwamen steeds terug. IJzersterk ook.


 


Ik kijk naar het perk en zie dat Erik Seerden bij z’n perkmaten Bleeker en van der Meer staat. Overleg. Piet Jetze Faber staat bij Coos Veltman op de boven en spreekt hem bemoedigend toe. André Tolsma heeft z’n plek weer ingenomen en staat al klaar. Ik zie dat Seerden het veld in loopt en z’n plekje ook weer inneemt, recht tegenover Tolsma. En dus maak ik me, net als heel het Sjûkelân, op voor de - wellicht - laatste slag maar er kan natuurlijk ook nog een kaats komen. Faber gaat centraal op de boven staan, ietwat links van me (ik zit nu op de voorste bank). Ik kijk naar hem en dan met name naar zijn prachtige blauwe handschoen, die hij op z’n rug houdt, de nap naar achteren gericht. Goh, wat een handschoen! Met name de nap ligt er perfect in. Ik besluit dat ik later ook zo’n mooie handschoen wil hebben. En ik besluit ook meteen dat die dan ook dezelfde kleur krijgt als het tenue waarin ik kaats, net als Faber. “Ssst… Ssst… Ssst…”  Overal sommeren mensen de omgeving om stil te zijn, waar ook gehoor aan wordt gegeven. Veltman is begonnen aan zijn opslagritueel, vandaar. De opslager laat het balletje tussen beide handen heen en weer gaan. Heel het Sjûkelan kijkt naar de linkshandige Rypster, zich afvragend: wat gaat-ie doen? Voorin of achterin? Veltman maakt nog een paar ‘schijnslagen’ om het goede gevoel te krijgen en begint dan aan zijn aanloop. Goh, wat een spanning. Veltman maakt z’n beginpassen, accelereert vervolgens naar de ‘31 meter’-lijn, en gooit, daar eenmaal aangekomen, het balletje omhoog om er daarna een ongelofelijke felle en snelle slag tegenaan te geven. Alles of niets, zo luidt duidelijk de boodschap. In mijn ooghoeken zie ik dat Bleeker en van der Meer in beweging komen. Klaar om te anticiperen op wat er dan ook maar op hen afgevuurd gaat worden. Wat meteen duidelijk is,  is dat Veltman’s bal rechtuit gaat en dat hij ver genoeg zal zijn. De wedstrijd zal dus niet -  gelukkig maar - jammerlijk eindigen middels een directe opslagfout. Nee, er moet om de laatste punten gekaatst worden. De bal komt aan bij Rinse Bleeker, de gespierde sportinstructeur uit Tzummarum die de hele dag al erg veel indruk op me heeft gemaakt. Hij is degene die de beslissende actie voor zijn partuur moet uitvoeren. De bal is goed op: hoog, snel en ietwat duikend. Ik kijk naar Bleeker. Kan-ie er bij? Ik zie dat hij dat inderdaad kan. Bleeker weet z’n rechterhand er nog nét tegenaan te krijgen. Maar een helemaal vrije beweging is het niet. Het oogt wat verkrampt. De bal vliegt dan ook scheef uit Bleeker’s handschoen. Tienduizend man zien dat de bal aan de rechterkant van het veld over de kwaadlijn vliegt. Kwea! De keurmeester op de boven wijst ter bevestiging zijn stok ook richting de tribunes. En dus is het pleit beslecht. Veltman cs. zijn de winnaars van deze super spannende pot en gaan naar de finale, omdat Bleeker kwaad slaat op een 5-5 6-6 stand. Piet Jetze Faber is helemaal door het dolle heen. Met beide handen omhoog springt hij de lucht in. Goh, wat is-ie blij. Ook Veltman en Tolsma vieren de overwinning. Het publiek applaudisseert en schreeuwt. Men gunt het Faber, dat hoor je. Ik draai m’n hoofd een kwartslag naar rechts en zie dat Erik Seerden ergens tussen het opslagvak en de middellijn staat. Hij loopt naar de scheidsrechter. Ik neem aan dat dit is om hem te bedanken voor de wedstrijdleiding. Gefascineerd blijf ik naar Seerden kijken omdat ik nieuwsgierig ben naar wat hij gaat doen. Hoe voelt hij zich? Is hij teleurgesteld? Verdrietig? Maar eigenlijk zie ik niets van dat alles. ‘De Franeker op sokken’ loopt juist heel zelfverzekerd naar Hellinga toe. Op gedecideerde wijze wijst hij de scheidsrechter erop op dat keurmeester De Haan iets heeft gezien, de keurmeester die op het ‘overlopen’ staat. Ik kijk naar De Haan. Die schreeuwt: “Oerrûn!” Wat?! Was het overlopen?! Hoe kan dat nou? Dat heb ik zojuist helemaal niet gehoord. En waarom zegt die man dat nu pas? Dat is toch te laat? Scheidsrechter Hellinga loopt naar de keurmeester en informeert naar wat er is gebeurd.  En dan zie ik Hellinga’s gezicht betrekken. Hellinga beseft het, hij moet een verschrikkelijke beslissing nemen. Hij kan namelijk niets anders dan het oordeel van keurmeester De Haan overnemen. Oerrûn!  En met dit besluit wijst Hellinga automatisch het partuur van Seerden aan als winnaar van deze partij en niet, zoals door iedereen werd verondersteld, het partuur van Veltman. Bij Piet Jetze Faber dringt nu ook x_400door wat er is gebeurd. De stoppen slaan bij hem volledig door! Gaan ze hem nu zijn PC-finale ontnemen? Zijn perfecte afscheid? Faber bedenkt zich geen moment en rent naar de keurmeester. Hij kan zich niet beheersen en geeft De Haan een ontzettende harde duw, gepaard gaande met een paar verbale verwensingen. De Haan komt te vallen. Piet Jetze Faber, de man die de hele dag zo sereen en rustig oogde, is woest en wil De Haan nog wel een keer aanvliegen. Ik heb nog nooit iemand zo agressief gezien en weet eigenlijk ook niet goed wat ik er mee aan moet. Dit hoort toch niet? Maar ja, aan de andere kant, waarom schreeuwt die keurmeester “overlopen”? Zo erg is dat toch niet? Alsof die twee millimeter het verschil maken tussen een perfecte opslag of een slechte. Nee, besef ik me. Ik zou, mocht ik keurmeester zijn geweest, niet hebben geroepen. Een wedstrijd, zó’n wedstrijd, mag nooit op zo’n trieste wijze eindigen. Het partuur van Veltman wordt door omstanders tot rust gemaand, wat uiteindelijk, zij het met moeite, lukt. Opgefokt, vol onbegrip en teleurgesteld lopen Faber, Veltman en Tolsma van het veld. Het publiek dat duidelijk partij heeft gekozen, begeleidt de mannen met een luid applaus. Faber steekt z’n hand nog wel omhoog, als dank, maar van congruent gedrag is geen sprake. Nee, Faber kan niet van het afscheidsapplaus genieten, daarvoor is hij te teleurgesteld. De PC is hem ontnomen en zulks doet pijn. Heel veel pijn.

Prijsuitreiking

Ik kijk naar de winnaars Erik Seerden, Rinse Bleeker en Thomas van der Meer. Met een enorme glimlach op hun gezicht hebben zij zojuist de kransen om de nek gehangen gekregen. Met kmpc070007_400_01  redelijk gemak en een beetje fortuin op twee beslissende momenten hebben ze de finale gewonnen van ‘de verrassing van de dag’, het eersteklas partuur Jurjen Dijkstra, Tjerk de Groot en Cees Punter. 4-5 2-6. Ik gun het deze mannen wel want ze waren echt heel goed vandaag  maar diep van binnen zit er toch ook nog dat wrange gevoel. Dat komt door dat besef. Dat besef dat, als ík op de lijn had gestaan, zij het niet hadden gewonnen vandaag.  Desondanks klap ik met iedereen mee want dat verdienen winnaars.



Faber, Veltman en Tolsma hebben hun derde prijs zojuist ook al in ontvangst genomen. Faber kon alweer lachen. Tolsma ook, maar Veltman was nog steeds zeer teleurgesteld. Hij oogde érg verdrietig. Piet Jetze Faber heeft al aangegeven dat hij op zo’n wijze geen afscheid wil nemen en dat hij volgend jaar nog een jaar doorgaat. Waar ik blij om ben.


Johannes Koldijk komt bij me. “In moaie dei hân, Jan?”
Ik tover een lach op m’n gezicht en antwoord: “Ja, echt geweldich, Johannes. Mei ik folgjend jier wer mei?”  Johannes geeft aan dat dit wel kan. Wat mij op dit moment het gelukkigste jongetje op aarde maakt.

Achteraf
Waarom ik voor deze PC in 1991 heb gekozen als onderwerp? Dat heeft verschillende redenen. Ten eerste was het mijn eerste PC. En die vergeet je niet snel. Ik kan wel stellen dat ik vanaf het moment dat ik mijn eerste stap op het Sjûkelân zette, ik verliefd was op de PC. Een liefde die ook nooit bekoeld is geraakt. Bezijden de editie van 1995 (toen ik op vakantie was, waar ik nog steeds van baal) heb ik alle edities aanschouwd. Wat de teller dit jaar op tweeëntwintig brengt.


kmx01813730_400


Wat betreft het kaatsen vond ik deze PC zo interessant omdat er zoveel mooie verhalen in zaten. Twee keer 5-5 6-6. Maar ook Joop Bierma (een man die ik graag nog eens zou ontmoeten/ interviewen) die achteraf zijn laatste PC kaatste. Of Erik Seerden, Rinse Bleeker en Thomas van der Meer, die deze PC-winst de basis legden voor hun trilogie (nooit meer geëvenaard). Of het trio Jurjen Dijkstra, Tjerk de Groot en Cees Punter, die iedereen lieten inzien dat je, als je als eersteklas partuur ergens in gelooft,  je zelfs bijna de PC kunt winnen (een wijze les). Maar ook André Tolsma die z’n enige kans op PC-winst in rook op zag gaan door dat overlopen-incident. Voor hem een snoeiharde klap. Ik heb het er in 2013 nog even met hem over gehad. Ik meende gewoon nog de pijn in zijn ogen te kunnen zien. Waar ik overigens alle begrip voor had.


Maar het allerbelangrijkste gegeven om voor deze PC te kiezen was toch echt het fenomeen Piet Jetze Faber. Dè meest succesvolle PC-kaatser aller tijden. Dat hij zijn perfecte afscheid de grond ingeboord zag worden door het overlopen van Coos Veltman, tja, dat heeft er bij mij behoorlijk ingehakt. Mijn inschatting is namelijk dat partuur Veltman de finale in 1991 ook wel zou hebben gewonnen. Faber zou dan, in dat geval, zijn carrière hebben afgesloten met nòg een kmpc070014_400PC-overwinning. Z’n negende. Een einde dat, mijns inziens, beter zou hebben gepast bij de grootsheid van hem als kaatser als dat nu het geval is geweest. Nu ging Faber op de PC van 1992 redelijk roemloos ten onder in de tweede omloop (voor zover je van roemloos kunt spreken na zo'n carrière). Nee, ik had Faber graag zien winnen in 1991. Dat zou perfect zijn geweest. Dat dit door één centimeter (Veltman gleed uit en raakte zo net het touw) niet door is gegaan, tja, dat is gewoon heel zuur. Wrang. Ik hoor De Haan nog schreeuwen: “Oerrûn!”  

Meer schrijfwerk

Share |