Jan Hospes

Bûtsen

resize.asp_01Bûtsen, alleen het woord al. Prachtig. Een speciaal woord voor een speciale handeling. Energie, die vrijkomt door de botsing tussen hand en heup, doorgeven aan de kaatsbal zodat die extra snelheid meekrijgt. Een geniale vondst. Het bûtsen moet het kaatsspel ooit revolutionair veranderd hebben, is mijn veronderstelling, zoals de nap dat ook heeft gedaan. Het spel moet er sneller door zijn geworden.
Wie heeft het ooit bedacht, it bûtsen? En wie heeft er voor het eerst gebûtst tijdens een wedstrijd? Ontstond er toen ook commotie in en rondom het veld omdat het wellicht helemaal niet mocht? Ik heb de vragen bij Theo Kuipers, teamleider van Tresoar, neergelegd, maar hij moest me het antwoord (vooralsnog) schuldig blijven. En ik jullie dus ook.

Chris Wassenaar
Wat ik wel weet is dat er één persoon is geweest die het bûtsen naar een hoger plan heeft getild. Chris Wassenaar. Toen hij ergens begin jaren ’90 de overstap maakte van de CFK naar de KNKB (volgens mij door de fusie van beide bonden maar pin me er niet op vast) was hij een bezienswaardigheid op de velden. Een attractie op zich. Ja, iedereen wilde de grote ‘Chris Wassenaar’ zien kaatsen. De snelheid waarmee hij de bal naar het perk kon brengen was namelijk ongekend. Angstaanjagend. Tegenstanders stonden met enige regelmaat omgekeerd in het perk als Wassenaar de juiste richting had weten te vinden. Een grappig gezicht. Maar daar, bij het vinden van de juiste richting, zat ‘m ook meteen de crux. Want het zwakke punt van de jonge Wassenaar was dat wispelturig was. Hij gooide er net zo makkelijk drie op rij naast, zeg maar. Gerben Okkinga sprak ooit eens op de Bond na een zoveelste buitenslag van Wassenaar: “Hy hat d’r werkelyk gjin doel oer.” En zo was het ook, zeker in de beginjaren. Maar ja, die snelheid, die bleef fenomenaal. b82156746z_1_20090_1031788a_400En het publiek wilde het blijven zien en raakte er ook maar niet over uitgepraat.
Naarmate de jaren vorderden kreeg Wassenaar de richting echter steeds beter te pakken (mede ook door toedoen van oud-kaatser Piet Jetze Faber die midden jaren ’90 z’n trainer werd). Een logisch gevolg daarvan was dat hij uitgroeide tot een van de allerbeste kaatsers die het Hoofdklasse kaatsen ooit heeft gekend. Met z’n opslag wist de reus uit Minnertsga partijen vanuit kansloze positie in een mum van tijd om te draaien en over de streep te trekken. Een trademark.  In totaal sloeg Wassenaar, El Gigante, 687 Hoofdklassepunten bij elkaar. Niet gek voor een man die d’r werkelyk gjin doel oer hie.

Mijn eerste keer
Mijn eerste confrontatie met Wassenaar vond plaats in Minnertsga. 1e klas, vrije formatie. Wassenaar was net een jaar gestopt en kaatste met twee vrienden van ‘m. Twee leden van de plaatselijke kaatsvereniging. Twee balkeerders. De eerste bal die ik van Wassenaar ontving, sloeg ik, tot mijn eigen verbazing, boven. Maar de ballen die ik daarna op me afgevuurd zag krijgen, joh, die zijn de voorlijn niet eens gepasseerd. Ze draaiden somtijds in het perk nog twee meter van me af. Ongekend. Wassenaar won die dag dan ook gewoon in eigen dorp. In z’n eentje versloeg hij de hele top 1e klas.

kaatsen_1810184a_400Conclusie:
grondlegger bûtsen: onbekend. Grondlegger bûtsen 2.0: Chris Wassenaar! Vraag ik me wel meteen af welke term we dan voor Gert Anne van der Bos moeten bedenken (bûtsen 3.0?). Maar ach,  dat is voor latere zorg.

Meer schrijfwerk

Share |