Jan Hospes

'Le professeur'

De kalender gaf het jaar 1989 aan en ik, kleine spruit van negen, was aan het genieten van mijn welverdiende zomervakantie. Wat ik deed om mijn tijd te vullen? TV kijken! Héél véél tv kijken. En dan met name wielrennen. Was mijn interesse voor het cyclisme al gewekt tijdens de wegwedstrijd voor dames in Seoul ‘88 dat jaar - het enthousiaste waarmee ‘Knolletje’ daar  zegevierend over de eindstreep kwam werkte nu eenmaal aanstekelijk -, in ’89 sloeg deze prille interesse om in: obsessief wielrennen kijken!  Hoe dat kwam? De tour de France! Vanaf het moment dat ik Pedro Delgado bij de start 2.40 te laat zag komen en zodoende zijn titel weg zag geven, begreep ik dat ik niks meer van dit sportfestijn mocht missen. Daarvoor was hetgeen mij voorgeschoteld werd, begreep ik toen al, veel te interessant. ciclismo-campioni-laurent-fignon_400_01
De drie weken daaropvolgend heb ik dan ook geen minuut gemist. Ik kreeg vanuit Frankrijk prachtige beelden toegezonden: beelden van de Franse natuur en beelden van de strijd die daarin door de fietshelden van toen werd geleverd.
De tour van ‘89 intrigeerde me, enorm zelfs, en elke dag keek ik uit naar het moment waarop ik de ‘power-knop’ van de tv in kon drukken. Ik zag hoe Sean Kelly  uiteindelijk de groene trui pakte; hoe de gele trui vele malen van eigenaar verwisselde: Erik Breukink (laatste Nederlandse gele trui ooit), Acacio Da Silva, Greg Lemond en Laurent Fignon; en ik zag natuurlijk Gert- Jan Theunisse, in z’n bolletjestrui, zegevieren op de Alp ‘d Huez, na een monstersolo over de ‘Croix de fer’ en ‘Galibier’.
Maar wat deze tour perfect maakte was het slot dat de scenarioschrijver had geschreven, z'n magnum opus, het slot dat op 24 juli 1989 wereldkundig werd gemaakt. De apotheose die ik deze dag voorgeschoteld kreeg zal nimmer  meer  geëvenaard zal worden, weet ik zeker, daarvoor was zij  simpelweg té schoon. Het ‘man tegen man-gevecht' tussen de heren, de helden, Laurent Fignon en Greg Lemond, die in het voordeel van de laatste werd beslecht, is dan natuurlijk hetgeen waarover ik het  heb. De twintig dagen voorafgaand aan deze dag bleken, hoe mooi ook, achteraf  allemaal alleen maar inleiding te zijn geweest. Ja, de proloog had dit keer maar liefst twintig dagen geduurd.
Ik kan me nog goed herinneren dat ik tijdens deze afsluitende rit op de bank zat en het uitschreeuwde van enthousiasme, Lemond, met z'n ossenkopstuur, was bezig het onmogelijke waar te maken en ik wilde hem daarbij helpen. Mijn geschreeuw zou het verschil maken, daar was ik van overtuigd. laurent_fignon_2En mijn kinderlijk enthousiasme werd nog beloond ook (vandaar ook dat ik nog in sprookjes geloof, denk ik). De meest memorabele tourontknoping ooit bracht Lemond als eindwinnaar. En ik, als fan, was dolgelukkig. Maar na ongeveer twintig tellen sloeg mijn intense blijdschap om in een enorm medeleven voor de nummer twee, Fignon. Fignon kwam namelijk via de camera’s de woonkamer binnen en zijn lege, verslagen en zelfs onvitale gelaatsuitdrukking raakte me. Ik schaamde me, want had ik met mijn dwaze supportergedragingen niet bijgedragen aan het feit dat deze aardige, aimabele Fransman zich miserabel en slecht voelde? Ja, dat had ik. Ik, Jan Hospes, had Fignon in de rug gestoken. Ik was Brutus.
Die nacht heb ik slecht geslapen, een slecht geweten liet niet toe dat ik de slaap vatte. Nee, ik werd door haar gedwongen om mijn zonden van die middag te overdenken. Ik staarde naar het plafond en voelde me waardeloos, ellendig. Maar na verloop van tijd kreeg ik het verhelderende inzicht dat me rust bracht. Het was zo simpel als het geniaal was: ik ging het goed maken met Fignon. Ik ging hem in élke nog te komen wielerwedstrijd mentaal bijstaan, steunen en supporteren. Ja, ik zou de trouwste supporter worden die een wielrenner zich maar kon wensen. Daarna viel ik in slaap.

Of ik de belofte van die avond heb waargemaakt? Nee. Nee, ik heb samen met Lemond het jaar daarop wederom de tour gewonnen. Of ik mij schaam? Ja, diep. Heel diep….
Teletekst geeft vandaag 31 augustus 2010 (15.32) aan en ik lees tot mijn grote ontsteltenis dat Laurant Fignon - Le proffeseur - zijn strijd tegen alvleesklierkanker heeft verloren. Een held is verloren gegaan…….


laurent_fignon_reference_400
Laurent Fignon (Parijs, 12 augustus 1960 - 31 augustus 2010)


 


*Natuurlijk wist ik dat deze oud tourwinnaar, met altijd studentikoos overkomen, ziek was, maar helden behoren niet te sterven, zij behoren door Apollo bijgestaan te worden en eventuele ziektes te overleven.

Meer schrijfwerk

Share |